De overwinning op de dood – in Memoriam

Johannes 11 

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus van Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Martha woonden. Betanië was een dorp dat niet ver van Jeruzalem vandaan lag. De Heere Jezus logeerde daar gewoonlijk voordat Hij naar de grote feesten opging. De familie van Lazarus was een gelukkig gezin, een familie waarmee Christus bijzonder goed op de hoogte was. Maria wordt beschreven als de Maria die Jezus met zalf gezalfd had. ( Joh. 12 : 3 ) Omdat de gezinsleden veel van elkaar hielden was de ziekte van Lazarus een bron van zorg voor zijn familie. 

Gelukkig wisten Lazarus` zussen waar de Heere Jezus Zich bevond. Zonder aarzelen stuurden ze een boodschapper naar Hem toe. Zo kwam het de Meester ter ore dat er verdriet en zorg in het gezin van Zijn vrienden gekomen was. De boodschap die ze Jezus stuurden was kort. “ Heere zie, die U liefhebt, is ziek geworden! “  Meer dachten ze dat niet nodig was. Jezus zou gelijk begrijpen wat te doen. Lazarus lag Hem na aan het hart. Johannes gebruikte in vers 5 een werkwoord dat de kracht van Jezus` liefde tot uitdrukking bracht. Jezus had Lazarus en zijn zussen bijzonder lief, met een diepe liefde, staat er in de grondtekst. Ziekte en zorg blijven Gods kinderen niet bespaard. Ze moeten lijden en sterven, net als alle andere mensen. Zo verging het ook Lazarus. 

Toen Jezus het bericht hoorde zei Hij: “  Lazarus is niet ziek geworden om voorgoed te sterven. Dit gebeurt zodat Gods hemelse macht zichtbaar kan worden. Dan zal de Zoon van God de hoogste eer ontvangen. “ Niemand begreep de essentie van Jezus` woorden. Hij stelde iedereen voor een raadsel door nog twee dagen te blijven op de plaats waar Hij was. Daarna zei Hij tegen Zijn leerlingen: “ Kom, we gaan weer naar Judea. “ 

Hoewel de leerlingen wisten dat Jezus naar Zijn vriend wilde gaan, wilden ze Hem tegenhouden. Ze waren bang voor de mensen in Judea omdat ze wisten dat die Jezus wilden doden. ( Joh. 10 : 31 ) Maar niets kon Jezus tegenhouden. Hij nam Zijn angstige leerlingen met Zich mee terwijl Hij zei: “ Zo lang het licht is, kun je veilig reizen. Ik ben het Licht voor deze wereld. Bij Mij ben je veilig. De nacht zal niet eerder aanbreken dan wanneer Ik van deze aarde weg zal gaan. Dan zal ieder mens dat zonder Mijn licht leeft, om moeten komen. “ 

Verwonderd keken de leerlingen elkaar eens aan. Ze begrepen niet veel van Jezus` woorden hoogstens het feit dat ze niet bang hoefden te zijn. “ Onze vriend Lazarus slaapt. Ik ga naar Hem toe om hem wakker te maken. “ ging de Meester verder.

De leerlingen haalden al opgelucht adem. Slaap was immers een teken van herstel? “ Meester, dan gaat het goed, U kunt hem genezen! “ 

Maar Jezus zei onomwonden dat Lazarus gestorven was. Voordat de leerlingen in huilen uit konden barsten ging Hij verder: “  Maar het is heel goed voor jullie dat Ik er niet was om hem beter te maken. Want nu kunnen jullie in Mij gaan geloven. “ Jezus wist hoe weinig geloof er was, zelfs op de bodem van de harten van Zijn allernaasten. “ Kom, we gaan naar hem toe. “  zei Hij. 

Een kort moment keken de leerlingen elkaar radeloos aan. “ Kom, laten we met Jezus meegaan, dan kunnen we samen met Hem sterven. “ zei Thomas berustend. En zo ging het gezelschap terug, richting Jeruzalem. Er was niemand die geloofde, dan Jezus alleen. Toch bracht dat gegeven Hem op geen enkele manier van Zijn voornemen af. Het waren niet Zijn eigen plannen, het was de wil van Zijn Vader in de hemel. 

Toen ze bijna in Betanië waren hoorden ze al dat Lazarus vier dagen geleden gestorven was. Veel Joden uit Jeruzalem waren gekomen om Martha en Maria te troosten. Toen Martha hoorde dat Jezus eraan kwam, ging ze Hem in haast tegemoet. Maria bleef thuis. De één dacht aan een wonder, de ander niet. Maria en Jezus begroetten elkaar. “ Heer, als U hier geweest was, dan was mijn broer niet gestorven! Toch weet ik zeker dat God alles zal doen wat U van Hem vraagt. “ 

Jezus zei: Je broer zal opstaan uit de dood. “ Maria antwoordde ; “  Dat weet ik zeker. Als het einde van de wereld komt, zal Hij samen met alle doden opstaan. “ Jezus zei: “ Ik ben het die de doden laat opstaan, Ik ben het die Leven geeft. Iedereen die in Mij gelooft, die zal niet voor eeuwig sterven. Geloof je dat? “  Zonder aarzelen zei Maria: “ Ja Heere, dat geloof ik zeker. Want U bent de Messias, de Zoon van God die naar de wereld gekomen is! “ 

Het is een onuitsprekelijk geluk en voorrecht voor alle oprechte christenen dat Jezus de Opstanding is, en het Leven. De opstanding betekent:  een terugkeer naar het leven. Niemand anders dan Jezus is de Bewerker van deze terugkeer, en van het Leven waarnaar onze ziel terug zal keren. Wie in Jezus Christus geloven zullen door Hem leven. Mensenkinderen die tijdens hun leven leerden geloven, zijn mannen en vrouwen die door geloof tot een Goddelijk en hemels leven wedergeboren zijn. Hoewel hun lichaam sterven moet, zal het toch weer leven, en opgewekt worden als een verheerlijkt lichaam. 

Hun ziel zal in der eeuwigheid niet sterven. Jezus gaf Zelf deze belofte. Hun geestelijk leven zal nooit meer worden uitgeblust maar tot volmaaktheid komen in een eeuwig leven. De sterfelijkheid van hun lichaam zal pas teniet gedaan worden op de laatste dag, maar het leven van hun ziel zal onmiddellijk bij de dood verslonden worden tot onsterfelijkheid. 

Maria is voor ons een voorbeeld. Ze beaamde de woorden van de Meester en stemde er voor honderd procent mee in.  De grond van haar geloof was het gezag van Christus. Hij is de fontein van licht en waarheid en wij mogen al Zijn woorden als getrouw en Goddelijk aannemen. De dood van Jezus Christus heeft de menselijke dood verslonden. Jezus` woorden zullen werkelijkheid worden. De apostel Paulus riep uit: “ De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood waar is je angel? “ Jezus Christus heeft de overwinning behaald. 

De dood blijft voor ons mensen een schrik en tragisch gegeven. De Heere Jezus leed met ons, en huilde bij het graf van Zijn vriend Lazarus. Wij huilen ook als we bij het graf van onze geliefden staan. Maar door onze tranen heen zien we op Hem. En we geloven dat de dood overwonnen is. ( 1 Kor. 15 : 55 – 57 ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *