Daniël ( 6 )

Daniël 4

Nebukadnezar woonde in zijn paleis en schreef een brief aan alle inwoners van zijn grote koninkrijk. De stijl van zijn brief was kort en bondig. Hij groette de inwoners zoals hij gewend was en wenste hen een toekomst vol vrede toe. Na veertig regeringsjaren was Nebukadnezar oud geworden. Hij had veel van de wereld gezien en allerlei machtswisselingen meegemaakt. Toch was hij er tot nu toe nooit toe gebracht om Gods tekenen en wonderen te bewonderen. Daarom had de Elohim hem uiteindelijk een harde les geleerd. Nebukadnezar had Egypte veroverd, zijn overwinningen voltooid en zijn oorlogen laten ophouden. Dat was ongeveer in het vijfendertigste jaar van zijn heerschappij geweest. ( Ezechiël 29 : 17 ) In dat jaar droomde Nebukadnezar opnieuw. De beelden en visioenen die door zijn hoofd gingen brachten hem in een staat van verontrusting en verwarring. Hij trommelde alle wijzen van Babel op om zijn droom te laten verklaren. De magiërs, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers kwamen zo snel ze maar konden en Nebukadnezar vertelde wat hij die nacht gedroomd had. Niemand wist waarover de droom ging. Uiteindelijk liet Nebukadnezar Daniël roepen. Om hem zijn identiteit te ontnemen had Daniël de naam van de afgodische god Bel gekregen. Hij was naar een Babylonische oppergod vernoemd, die ook wel Marduk heette. 

Hoewel de wijzen Nebukadnezar verzekerd hadden dat zij de droom uit konden leggen waren ze daar niet toe in staat. Toch had de koning zich allereerst tot hen gewend. Hoewel hij Daniël bewonderde om zijn kwaliteiten en zeldzame talenten, voelde hij haarfijn aan dat de God die Daniël vereerde een totaal andere God was dan zijn afgoden. Nebukadnezar bleef in zijn hart een afgodendienaar. Daniël was voor hem de verpersoonlijking van de heilige goden, terwijl heel Babel vol stond met perverse afgoden. Het was tekenend voor Nebukadnezar dat hij eerst bij deze goden zijn heil zocht. 

Toen Daniël voor de koning verscheen noemde Nebukadnezar hem: eerste onder de magiërs.  “ Daniël, ik weet dat de geest van de heilige goden in u woont, en dat u elk mysterie kunt ontraadselen. Vertel mij wat de visioenen betekenen die ik in mijn droom gezien heb. “ zei hij. Daarna ging hij verder : “ Terwijl ik sliep had ik een droom. Midden op de aarde stond een hoge boom. Die boom werd steeds groter en sterker. Hij groeide tot hij aan de hemel raakte. Overal op aarde was de boom zichtbaar. Zijn bladeren waren prachtig en produceerden volop vruchten, iedereen kon zich eraan te goed doen. De dieren vonden er schaduw tegen de felle zon, en de vogels nestelden zich in hun takken. 

Opeens zag ik een heilige engel vanuit de hemel naar beneden komen. Hij riep: “ Hak die boom om, breek de takken af, haal het blad eraf, en gooi de vruchten weg. Jaag alle dieren weg, de vogels incluis. Laat een klein stuk van de stam staan en zet dat met een ketting van ijzer en brons vast. De boomstam moet `s nachts buiten blijven staan, ook als het koud en nat is. De boom moet gras eten, net als de wilde dieren. Dat duurt zeven jaren. De heilige engelen hebben dat besluit genomen. Alle mensen moeten namelijk begrijpen dat de Allerhoogste God de hoogste plaats inneemt. Hij bepaalt wie koning mag zijn. Hij kan iedereen koning maken, zelfs iemand die onbelangrijk is. “  De koning zweeg. Hij keek Daniël doordringend aan en zei: “ Wil je mij de betekenis van deze droom vertellen? Niemand anders kon dat. Maar jij hebt van jouw heilige goden bijzondere gaven gekregen. Jij kunt dat vast en zeker.”

Daniël verbleekte. Een ogenblik stond hij verbijsterd, in verwarring gebracht door zijn gedachten. Hij wist hoe oneindig ver de heerschappij van Nebukadnezar reikte. Hij wist ook hoe zijn eigen volk onder de ruwe behandeling van de koning geleden had. Ongetwijfeld kende hij de vele gebeden die de Joden tot Jahweh opgezonden hadden,  die om bevrijding van het zware juk van de heidense despoot gesmeekt hadden.  Maar Daniël had veel met Nebukadnezar meegemaakt, en was de goede kanten van deze man gaan waarderen. Hij vond het vreselijk dat hij hem een onheilstijding moest brengen. Een uur lang was dan ook hij niet in staat om een woord te zeggen. Verbijstering en schrik om het zware oordeel over zo’n belangrijk vorst lieten hem helemaal stilvallen. 

Nebukadnezar wilde de waarheid horen. Hij dwong Daniël om te praten. “ Ach koning, de droom betekent niet veel goeds “ zei Daniël. “ U zag een boom die steeds groter en sterker werd “  Vervolgens herhaalde hij precies wat de koning gedroomd had. Ten slotte zat er niets anders op dan ook de uitleg te vertellen. Hij zei eerlijk dat er niemand meer zou zijn die nog iets met de koning te maken zou willen hebben. Nebukadnezar zou gedwongen worden om bij de dieren te leven en gras te eten. Zeven jaar lang zou hij buiten moeten leven, tot hij begrepen had dat de Allerhoogste God zelfs over koningen de baas was. Hij was degene die besliste aan wie Hij de macht in handen zou geven.

Daniël zweeg even. Daarna zei hij: “ Daarom hoop ik dat u de volgende raad van mij aan wil nemen.  Doe voortaan geen slechte dingen meer, maar doe wat God van u vraagt. Wees goed voor de armen en geef hen wat ze nodig hebben. Dan zult u nog lang gelukkig zijn.” 

Een jaar na het gesprek met de koning liep Nebukadnezar op het dak van zijn Babylonische paleis. Hij keek eens om zich heen en riep in vervoering: “ Wat is Babel toch een geweldige stad! Wow! Alles heb ik zelf laten bouwen! Kijk eens, een stad die precies bij een beroemde koning als ik past! “ 

De koning was nog niet uitgesproken of razendsnel voltrok het oordeel zich! Nebukadnezar verloor zijn verstand. Hij werd door de mensen verstoten en begon gras te eten. Hij moest `s nachts buiten blijven ook als het koud en nat was. Zijn haar werd even lang als de veren van een adelaar. Zijn nagels groeiden door en zijn handen begonnen op de poten van een vogel te lijken. 

Toen de zeven jaar voorbij gegaan waren, keek Nebukadnezar omhoog naar de hemel. Op dat moment keerde zijn geest in hem terug. Hij werd opnieuw belangrijk en de mensen kregen weer respect voor hem. Hij werd door zijn hoogste en belangrijkste ambtenaren opgezocht en zijn macht werd in no time zelfs nog groter dan vroeger. 

Deze geschiedenis heeft Nebukadnezar opgeschreven en in alle landen van zijn grote koninkrijk laten verspreiden. Hij besloot zijn brief met de volgende woorden: “ Daarom geef ik alle eer aan God, de Koning van de hemel. Alles wat Hij doet klopt en is goed. Hij heeft altijd gelijk, wat Hij ook voor besluiten neemt. Hoogmoedige mensen vernedert Hij. “  

Zo liet de Heere Nebukadnezar Zijn roem en eer verspreiden. Deze woorden staan in de Bijbel opgetekend om ons daardoor te leren dat wij Hem altijd in alles de eerste plaats moeten geven. Hij is de Wortel van David, de blinkende Morgenster. 

 

 

 

Geef een reactie