Abraham ( 23 )

Genesis 29 

Toen Jakob zijn vlucht begon zat hij nog vol energie. De eerste dag maakte hij een dagreis van negentig kilometer. Zijn reis voerder richting het tegenwoordige Syrië.Toen de zon eindelijk onderging was hij natuurlijk doodmoe en zocht hij een plaats om te slapen. Jakob pakte een grote steen, legde die onder zijn hoofd en viel als een blok in slaap. Toen kreeg hij een bijzondere droom. Hij zag een trap van de aarde naar de hemel gaan. Engelen van God liepen de trap op om vervolgens weer naar beneden te gaan en bovenaan de trap stond God Zelf. Dit staan van God had een bijzondere betekenis. Ze wees op de voorzienigheid van de Vader die ervoor gezorgd heeft dat er een voortdurende gemeenschap tussen de Elohim en de aarde onderhouden kan worden. De souvereiniteit en de wijsheid van de Heere deden hun werk van stap tot stap, zoals de engelen uit Jakobs droom trede voor trede hun weg omhoog en omlaag vonden. De wijsheid van God stond bovenaan de ladder en leidde alle details van Jakobs leven – die zo op het eerste gezicht onbelangrijk leken- op naar boven, zodat ze tot de eer van God zouden worden. De ladder en de droom zaten vol heilige symboliek. 

Wat een bemoediging voor Jakob! Het leek alsof er niets van de beloften terecht zou komen. Hij had zich als een misdadiger uit de voeten moeten maken, en wist helemaal niet wat de toekomst hem brengen zou. Niets anders dan de aanwezigheid van de Heere kon hem op de been houden. De Heere – Die alles weet – kwam Zelf naar Jakob toe en gaf hem troost op de juiste tijd, zodat Hij hem liet weten dat hij zowel een goede Gids als een goede Beschermer had op de weg die hij moest gaan. De Elohim kwam bij Jakob staan en zei: “ Ik ben de Heere, de God van Abraham en Isaak. Het land waarop je te slapen ligt zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult veel nakomelingen krijgen, en ze zullen als het zand aan de oever van de zee zijn. Niemand zal ze kunnen tellen. Je nageslacht zal steeds meer land in bezit krijgen, je zult naar alle windrichtingen toe uitbreiden. Jouw voorouders zullen beroemd zijn, wanneer mensen elkaar gelukwensen zullen ze bij naam genoemd worden. 

Gelukkig hoefde Jakob het niet alleen met een zegen waarin de naam van zijn voorouders aangehaald werd te doen.  De Heere beloofde hem Zijn eigen tegenwoordigheid. “ Ik zal bij je zijn en je beschermen, overal waar je heengaat. Wees niet bang, Ik zal je weer terugbrengen naar dit land, en Ik zal bij je blijven totdat Ik mijn beloften aan jou vervuld zal hebben. “ zei Hij. Feitelijk waren dat nieuwe beloften die aan de oude toegevoegd werden. Wat een troostvolle woorden moeten dat voor Jakob geweest zijn, dat de Heer Zelf voor Zijn plannen garant wilde staan. Het leek dat hij door ieder ander mens in de steek gelaten was, maar God gaf hem de verzekering dat Hij hem niet begeven en ook niet verlaten zou. Deze uitspraak biedt ons de troost dat de Heere nooit iemand verlaat die Hij liefheeft. 

Helder en duidelijk bleek dat Jakob van zijn kant echte Godsvrees in zijn hart had. Hij drukte zijn grote verrassing uit over de bijzonder verschijningen aan hem daar in Bethel. “ “Gewisselijk, op deze plaats is de Heere aanwezig! Dat besefte ik niet! Wat een ontzagwekkende plaats is dit. Dit is niet anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn! “ riep hij uit. Grote blijdschap vervulde zijn ziel. Toen de zon opkwam zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun gebruikt had rechtop en goot er olie over uit. Elke reiziger droeg een kruikje olie bij zich. Zo wijdde hij de plaats waarop de Elohim verschenen was aan God en gaf haar de naam Bethel waar die vroeger Luz geheten had. Hierna reisde Jakob verder. Bethel was voorgoed een belangrijke plaats geworden. Eeuwen later zouden afgescheiden koningen van het noorden gebruik maken van Bethel om met het heiligdom in Jeruzalem te concurreren. Maar zover was het nu nog niet. 

Wanneer de Heere Zijn beloften aan ons bekrachtigd, dan is het erg mooi en gepast om van onze kant onze geloften aan Hem te vernieuwen. Jakob deed dat ook. Hij haakte aan bij de woorden van de Elohim en zei dat hij daarop vertrouwde. “ Als God mij terzijde staat en mij op deze reis beschermt, als Hij brood te eten geeft, en kleren aan mijn lichaam, als ik veilig terugkom bij mijn familie, dan zal de Heere mijn God zijn. De steen die ik met olie gewijd heb zal dan een huis van God worden en ik beloof dat ik U, mijn God, een tiende af zal staan van alles wat U mij wilt geven. “  

Jakob besloot om de Heere tot zijn Verbondsgod te kiezen. Als teken van zijn dankbaarheid zou de gewijde steen een altaar tot eer van God worden. Dat huis van God zou niet leeg blijven en ook niet zonder offer zijn. Van alles wat de Elohim hem geven zou, zou Jakob gewis en zeker de tienden teruggeven om via het altaar besteed te worden. 

Opgewekt en opgelucht vervolgde Jakob zijn reis naar het land waar de volken van het oosten woonden! Na de bijzondere manier waarop hij de eerstgeboortezegen ontvangen had was er alleen maar haat en nijd om hem heen geweest. Nu viel dat allemaal weg. In één nacht had de Heere het helemaal goed gemaakt. Jakob hoefde niet langer op de beloften van zijn voorouders te steunen, hij kon zeggen: “ Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord!  “ 

( de Bijbel in gewone taal, SB, MH ) 

 

Geef een reactie