1 Koningen 19 : 1 – 8

“Achab vertelde aan zijn vrouw Izebel wat Elia allemaal gedaan had. Hij vertelde haar ook dat Elia alle profeten van Baäl had laten doden. Toen stuurde Izebel een boodschapper naar Elia toe. De boodschapper moest namens haar zeggen: “ Morgen om deze tijd zult u net zo dood zijn als die profeten! Als dat niet zo is, mogen de goden mij, de koningin Izebel, straffen. “ Toen Elia dat hoorde, werd hij bang. Hij vluchtte weg om zijn leven te redden. In Berseba, helemaal in het zuiden van Juda, liet hij zijn knecht achter. Zelf ging hij de woestijn in. Nadat Elia een hele dag gelopen had, ging hij onder een struik zitten. Daar vroeg hij aan God of hij mocht sterven. Hij zei: “ Heer, het is genoeg geweest, laat mij maar doodgaan. Ik ben het niet waard om nog langer te leven. “ Elia ging liggen en viel onder de struik in slaap. Maar toen kwam er een engel. Die raakte Elia aan en zei: “ Sta op, en eet wat. “ Toen Elia opkeek, zag hij naast zich een vers brood en een kruik met water. Hij at van het brood en dronk van het water. Daarna ging hij weer liggen. Maar de engel van de Heer kwam en raakte hem opnieuw aan, en zei: “ sta op, en eet wat, anders heb je niet genoeg kracht om te lopen. “ 

Nadat Elia de Baälspriesters in de Naam van de Heere had gedood, zou je verwachten dat het hele volk van Israël als één man terug zou keren tot de aanbidding van de God van Israël. Het leek niet meer dan logisch dat Elia tot geestelijk leidsman gekozen zou worden. Maar het tegendeel gebeurde. Elia werd door het volk genegeerd. Er werd niet voor hem gezorgd en van zijn diensten werd geen gebruik gemaakt. De goddeloze koning Achab hitste zijn vrouw Izebel op tegen de profeet. De vrouw van de koning scheen feitelijk de regerende koningin geweest te zijn. Izebel was een heerszuchtige vrouw die de baas was over haar man en over heel Israël. Achab – die een zwak karakter had – kon het niet met zijn geweten in overeenstemming brengen om Elia te vervolgen, en nam zijn toevlucht tot een list. Hij vertelde zijn vrouw gedetailleerd wat Elia gezegd en gedaan had. Hij deed dat met de intentie om zijn vrouw tegen de profeet op te hitsen. Opvallend detail was dat Achab niets vermeldde over de God van Elia. Hij bleef steken in het aardse, in wat hij zag. De wonderen die de Heere bij hun laatste ontmoeting zo duidelijk had verricht zag hij over het hoofd. 

Het verhaal van Achab was niet tegen dovemansoren verteld. Izebel onderman gelijk actie. Ze stuurde Elia een dreigbrief waarin ze schreef dat ze had gezworen om hem binnen 24 uur te laten doden. Met stijgende onrust las Elia het document. De overwinning op de Baälpriesters en zijn aanvankelijke blijdschap hadden veel van zijn krachten gevergd. Het niet gekozen worden door het volk dat hij liefhad, nog meer. Deze brief was de druppel die de emmer deed overlopen. Elia stortte mentaal in. Hij bedacht zich geen moment en ging er vandoor. Toen hij vroeger in gevaar verkeerde had God hem Zelf gezegd dat hij zich moest verbergen ( 17 : 3 ). Het leek hem maar het beste om dit nu ook weer te doen. 

Vanaf Ber-Seba trok Elia de woestijn in. Opnieuw liep een man de grote wildernis binnen, zoals eens Mozes had gedaan. Zelfs toen hij buiten het bereik van gevaar was trok hij verder om zich volledig van de wereld af te zonderen en dichter bij God te zijn. Nadat Elia een hele dag gelopen had, ging hij onder een bremstruik zitten.

Daar vroeg hij aan God of hij mocht sterven. Hij zei dof: “ Heer, het is genoeg geweest, laat mij maar doodgaan. Ik ben het niet waard om nog langer te leven. Ik ben niets beter dan mijn voorouders “ Elia ging liggen en viel van uitputting en ellende in slaap. Maar toen kwam er een engel, die raakte Elia aan en zei: “ Sta op, en eet wat. “  Toen Elia opkeek zag hij een vers brood en een kruik met water naast zich staan. Hij at van het brood en dronk van het water. Daarna ging hij weer liggen. 

De Elohim had in zijn zelfgekozen verbanning een engel naar hem toegestuurd die hem voedde. God had Elia nodig, hij mocht nog lang niet sterven. Waar Elia ook heen trok, het grondgebied van God was overal, hij was nooit onbereikbaar. Elia voelde de Goddelijke kracht opnieuw in zich opkomen en sprong overeind. Zonder problemen liep hij veertig dagen en nachten door tot hij bij de berg Horeb kwam, waar Mozes ooit de wet van God in ontvangst genomen had. De veertig dagen hadden ongetwijfeld betrekking op de veertig jaar dat de Israëlieten in de woestijn rondzwierven. ( Num. 14 : 33 / Ex. 24 : 18 / 34 : 28 / Deut. 9 : 9 / 10 : 10 )  Hij vond een grot in de rotsige bergwand, en ging daar naar binnen om opnieuw in een diepe slaap neer te vallen. Zou dit de grot van Mozes zijn, waar de Heere Zich geopenbaard had? ( Exodus 33 : 21 ) 

De volgende morgen was God er nog steeds . “ Waarom ben je hier Elia? “ vroeg Hij hem op de man af zodra de profeet zijn ogen opendeed.Elia was nergens buiten het bereik van Gods oog. De Heere wist dat Elia op de vlucht was voor zijn missie. Hij zag het totaal niet meer zitten. “ Heer, machtige God. “ zei Elia. Ik heb met al mijn kracht voor u gevochten. Maar de Israëlieten blijven ontrouw aan U. Ze hebben het verbond met U verlaten. Ze hebben Uw altaren verwoest en uw profeten gedood. Ik ben de enige die nog overgebleven is. En nu willen ze ook een eind aan mijn leven maken. “

De Elohim luisterde aandachtig.

 

One response to “1 Koningen 19 : 1 – 8

Geef een reactie