Goed bericht! ( 2 )

2 Koningen 7
Bij de stadspoort van Samaria zaten vier mannen. Het was niet zo best met hen gesteld. Ze waren melaats, een vreselijke ziekte sloopte hun leden. Melaatsheid wordt ook wel lepra genoemd. Ze wordt door de leprabacterie verspreid. Mensen die besmet zijn met dit virus verspreiden het doordat ze hoesten, niezen of praten. De ziekte begint vaak met vlekken op de huid. Ze kan uitmonden in verlammingen en het wegvallen van het gevoel in spieren en zenuwen. Op de gevoelige zieke plekken ontstaan wondjes en zo gaat de ziekte van kwaad tot erger. In de Bijbel werden mensen met een besmettelijke ziekte uit de kring van hun familie en vrienden weggehaald. Ze moesten buiten de stad gaan leven om besmetting te voorkomen. In stille afzondering leden zij aan deze afschuwelijke ziekte tot ze uiteindelijk stierven. Het hele ziekteproces kon maanden, en soms wel jaren duren. 
Wat een ellendige toestand. Ze zaten eigenlijk op hun dood te wachten, dat wisten ze maar al te goed. “ Waarom zouden we hier onze dood af blijven wachten? ΅ zeiden ze tegen elkaar. “ Als we de stad binnengaan, sterven we want daar is geen eten. Maar als we hier blijven, sterven we ook.
Een van de mannen kreeg een lumineus idee. “ Als we overlopen naar de Arameeërs hebben we nog een kleine kans om in leven gelaten te worden. Als dat niet het geval is, sterven we alleen maar wat eerder dan we gedacht hadden. Ze keken elkaar eens aan. Veel hadden ze niet te verliezen. Zo gezegd, zo gedaan. Ze stonden op en gingen het legerkamp van de Arameeërs binnen. Daar aangekomen, konden ze hun ogen niet geloven. Er was niemand! Daar had de Here voor gezorgd. Hij had in het Arameese kamp het donderend geluid van aanstormende paarden en wagens laten klinken. Het leek net alsof er een groot leger in aantocht was.
Vol afschuw en schrik riepen de Arameeërs tegen elkaar: “ de koning van Israël heeft de koningen van de Hethieten en van Egypte ingehuurd om ons aan te vallen! “ Ongetwijfeld had de rijke koning van Israël mensen omgekocht om tegen Samaria ten strijde te trekken. Hoewel de avondschemering reeds ingevallen was, waren de Arameeërs er spoorslags vandoor gegaan om het vege lijf te redden. Hun hele veestapel hadden ze achtergelaten!
Eerst nog voorzichtig, maar al gauw opgetogen over hun bizarre vondst, openden de vier mannen tent na tent. Ze vonden volop te eten, en aten en dronken zoveel ze op konden. Hun zoektocht leverde goud, zilver, en kleding op. Alles wat ze vonden namen ze mee, en verstopten ze. Bij elke tent die ze binnengingen herhaalde zich dit ritueel. Het was bijna niet te geloven maar toch waar! Op een gegeven ogenblik drong het tot hen door: Samaria was ontzet! De vijand was in geen velden of wegen meer te bekennen!
“ Jongens, we moeten hiermee stoppen! “ zeiden ze tegen elkaar. We hebben fantastisch nieuws: de Arameeërs zijn er vandoor. Dat moeten we nu meteen gaan vertellen in het paleis van de koning. Als we wachten tot het licht wordt, dan worden we gestraft.”
Nadat dit besluit gevallen was, naderden de stakkerds vastbesloten de stadspoort en zochten een schildwacht op. Ze deelden hem het nieuws mee dat de vijand gevlucht was met achterlating van hun hele hebben en houwen. Zelfs de paarden en ezels hadden ze achtergelaten, niet te geloven.
De schildwacht stuurde een ijlbode naar de koning. Hoewel het midden in de nacht was stond hij meteen op om zich met zijn wijze mensen over de situatie te beraden. De koning vertrouwde het hele gebeuren voor geen cent. Hij zei tegen zijn raadgevers : “ Ik zal jullie vertellen wat die Arameeërs van plan zijn. Ze weten dat wij honger hebben. Daarom hebben ze hun kamp verlaten en zich ergens in de buurt verborgen. Het is een hinderlaag. Ze wachten erop dat wij te voorschijn komen. Zodra ze ons zien zullen ze ons gevangen nemen en de stad veroveren. “
Wat nu te doen? Hulpzoekend keek de koning zijn wijze mannen aan. Na ampel beraad kwamen ze tot de conclusie dat het maar het beste was om een paar spionnen vooruit te sturen om te onderzoeken hoe de situatie in het kamp eruit zag. Voorzichtig naderden enkele moedige helden met de laatste overgebleven paarden het verlaten kamp. Geen spoor van leven. Aandachtig namen ze de omgeving in zich op, en stootten elkaar aan. Een spoor van kleding wees naar de horizon. Geen twijfel mogelijk, de Arameeërs waren zo bang geweest dat ze tijdens hun panische vlucht zoveel mogelijk kleren van zich af hadden gegooid!
Meteen stuurde de koning twee wagens met paarden achter het leger van de Arameeërs aan. Zo snel als hun door de honger verzwakte ledematen dat toelieten volgden ze de weg die de soldaten genomen hadden. De hele route lag bezaaid met gebruiksvoorwerpen en kledingstukken die de Arameeërs in hun haast weggegooid hadden. Ademloos keerden de spionnen terug naar de koning om hem dit geweldige nieuws mee te delen.
Het nieuws van het ontzet van de stad ging als een lopend vuurtje door de straten en over de pleinen van Samaria. Iedereen haastte zich de stad uit om het verlaten legerkamp leeg te roven. En ineens kostten twee zakken gerst of één zak meel 1 zilverstuk. Precies zoals de Here gezegd had.
De officier die altijd bij de koning was, kreeg het bevel om bij de stadspoort de orde te handhaven. De dolgeworden menigte was echter niet in bedwang te houden. In de grote drukte liep de volksmassa de officier onder de voet, zodat hij stierf.
Hiermee werd de profetie van Elisa waarheid. Het hele kamp werd geplunderd. De mensen hadden niet alleen genoeg proviand voor zichzelf, maar hielden er zoveel van over dat ze het overgeschoten deel  tegen een redelijke prijs verkochten aan anderen, zodat het thuisfront er ook van mee kon profiteren. Zo werd er opnieuw een profetie vervuld. ( Psalm 68 : 12 ) “Koningen vluchten, hun legers vluchten. Thuis verdelen vrouwen de buit.” 
“ De touwen hangen slap en ontspannen, de tentpaal hoeft niet meer recht overeind, het vaandel niet gehesen. Dan wordt de rijke buit verdeeld. Zelfs de verlamden plunderen mee.” ( Jesaja 33 : 23 )
Zo was weer eens bewezen dat in het koninkrijk van God alles klopt, maar wel totaal anders verloopt dan wij zouden denken. Eén ding staat als een paal boven water : Wie op de Heere vertrouwt, wordt door Hem gered!
 

 
 
 
 
 

Geef een reactie