Vertrouwen ( 4 )

Leerlingen van Jezus vertrouwen alleen op de redding die van God komt. Er is in de Bijbel geen mooier voorbeeld van een vast vertrouwen op de Elohim dan het voorbeeld van de jonge David die het gevecht met de reus Goliath aanging. “ Iedereen beseft dat de Heere geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want Hij is Degene die de uitslag bepaalt en Hij zal jullie aan ons overleveren. “ ( 1 Samuël 17 : 47 ) zei hij tegen zijn machtige tegenstander Goliath. Opvallend hoe oprecht en gelovig David was. In wat hij zei klonk niets van opschepperij door, hij baseerde zijn gezag en gedrag op God alleen. “ Ik kom in de Naam van de Heere, de God van de slagorden van Israël. “ zei hij. Zoals Goliath op zijn zwaard vertrouwde, vertrouwde David op God. David sprak met evenveel overtuiging als Goliath, maar zijn overtuiging was op een veel betere basis gefundeerd. Zijn geloof liet hem zeggen: “ Op deze dag zal de Heere u in mijn hand geven Goliath! David begon aan de strijd als een priester die een offer bracht aan de gerechtigheid van God. Dit voorbeeld kenmerkt zijn houding veel meer dan het voorbeeld van een soldaat die een vijand van zijn land gaat bestrijden. 

“ U bent de Heilige Die op Israëls lofzangen troont. Op U hebben onze voorouders vertrouwd, zij hebben vertrouwd en U verloste hen. Tot U geroepen en zij ontkwamen. Op U vertrouwd en zij werden niet beschaamd. “ ( Psalm 22 : 4-6 ) In psalm 22 moest koning David geestelijke verlatenheid ondergaan, één van de pijnlijkste beproevingen voor een gelovige. Toch stelde David vol vertrouwen zijn  “ waarom” vragen aan de Heere. Uit deze psalm spreekt de taal van een hart dat zijn geluk pas vindt wanneer het met Gods gunst verbonden is. Het is opvallend dat David zijn hart sterkte met de wetenschap dat hij zich tegen de God van zijn voorouders richtte. en tegelijkertijd tegen de God van zijn jeugd. Hij herinnerde zich aan de ontelbare keren dat de Heere Israël verlost en gered had. Je ziet aan deze passage hoe goed het is om het verleden terug te halen en daarbij op Gods grote daden te letten. Dit bemoedigt ons hart en geeft het kracht en leven. We herinneren ons aan de onmogelijke situaties waaruit de Heere ons geholpen heeft, en beginnen te geloven dat Hij dat opnieuw zal doen. 

“ Hij trok mij uit de kuil van het graf, uit de modder, uit het slijk. Hij zette mij neer op een rots, een vaste grond voor mijn voeten. Hij gaf mij een nieuw lied in mijn mond, een lofzang voor onze God. “ ( Psalm 40 : 3, 4 ) jubelde David. Opnieuw ontmoeten we dit kind van God in grote benauwdheid en ellende. Opvallend is zijn ootmoedig wachten op God en zijn gelovige verwachtingen van Hem in die diepten. “ Ik heb de Heere lang verwacht. “  zei hij. “ Wachtende verwachtte ik Hem. “  betekent dat. David heeft van niemand anders verlossing verwacht dan van de Heere. Hoewel hij lang moest wachten, twijfelde hij er niet aan dat zijn verlossing komen zou. Hij besloot te blijven geloven, hopen en bidden totdat zijn verlossing komen zou. Die verlossing kwam en vulde zijn mond met verwachting. Hij was als het ware in een nieuwe wereld gebracht, een wereld vol hoop. Zo gaat dat nog. Met de Heere is er altijd hoop, en blijdschap in ons hart. 

In een donkere tijd van pandemie, onzekerheid en dreiging is het noodzakelijk om dit vertrouwen in ons hart te koesteren. We moeten onze geest op God richten en op Zijn Woord. Dan zal Hij ons nooit beschamen, nooit begeven, en nooit verlaten. Integendeel. Hij zal onze mond met blijdschap vullen, welke moeilijkheden er zich in ons leven ook voordoen. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *