Nehemia, de biddende bouwer

De Bijbelboeken Ezra en Nehemia vormen de laatste historische boeken van het Oude Testament. Ze horen bij de zogenoemde Geschriften die het derde deel vormen van de Hebreeuwse canon. De boeken gaan over de periode van de terugkeer uit de ballingschap in 538 tot ongeveer 430 voor Christus, en ze werpen licht over bijzondere momenten in de geschiedenis van het volk van God. 

Het gaat over 

  • de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van de tempel tussen 538 en 516 
  • de missie van de priester en theoloog Ezra en het eerste verblijf van Nehemia in Jeruzalem, waarin hij zich vooral wijdde aan het herstel van de stadsmuur tussen 445 en 433 ( Nehemia 1 – 12 ), ten slotte vanaf eind 432 een tweede verblijf van Nehemia waarin hij verschillende hervormingen doorgevoerd heeft. ( Nehemia 13 ) 

In de Hebreeuwse tekst en de oude Griekse vertaling staan de boeken Ezra en Nehemia als één geheel. De canonieke boekrol van Ezra – Nehemia is lange tijd beschouwd als een vervolg op het boek Kronieken, en was het werk van één en dezelfde auteur, maar  tegenwoordig zijn de meningen daarover verdeeld. De boekrollen bestaan namelijk uit verschillende documenten, en het is goed mogelijk dat één auteur die bij elkaar gevoegd heeft. Het zou ook kunnen dat er twee auteurs waren, en dat één samensteller de documenten samengevoegd heeft. 

UIt de boekrollen van Ezra en Nehemia kunnen we veel belangrijke informatie halen met betrekking tot de voorwerpen uit de tempel, de lijst met Judeeërs die uit de ballingschap zijn teruggekeerd ( Ezra 2 / Nehemia 7 : 6 – 72  / Ezra 8 ) , de lijst met de werkverdeling tot het herstel van de stadsmuur van Jeruzalem ( Nehemia 3 ), de lijst met Judeeërs die in Jeruzalem gingen wonen, en met plaatsen waar ze zich vestigden.( Nehemia 11 ) Ten slotte een lijst met uit ballingschap teruggekeerde priesters en Levieten. ( Nehemia 12 ) We vinden er brieven uit een correspondentie tussen de autoriteiten in Jeruzalem en de Perzische overheid. We vinden er ook memoires van Ezra en Nehemia. Waarschijnlijk waren deze memoires oorspronkelijk rapporten die beide mannen hebben opgesteld voor de Perzische koninklijke overheid om verslag te doen van de missie die de koning hun had toevertrouwd. Deze rapporten zouden zijn overgenomen en aangepast voor de uiteindelijke Geschriften van Ezra en Nehemia. 

Een deel van het boek Ezra is in het Aramees geschreven –  de taal van de diplomatie aan het Perzische rijk. Dit gedeelte betreft de correspondentie met de Perzische overheid die onveranderd overgenomen is. Wat kennis over de historische context kan ertoe bijdragen dat je de houding van de Perzische leiders beter begrijpt. 

De terugkeer van de Joden uit de ballingschap was namelijk aan bijzonder gunstige omstandigheden te danken. Nadat Cyrus in 539 het Babylonische rijk vernietigd had om zijn eigen Medisch – Perzische rijk te vestigen, stond hij toe dat de door de Babyloniërs weggevoerde volken naar hun land terugkeerden. Bovendien stimuleerde hij de wederopbouw van hun heiligdommen. Op deze manier kwam hij over als een bevrijder en mocht daarom verwachten hun gunst en politieke steun te verwerven. De Judeeërs hebben van dit algemeen beleid geprofiteerd. Dit feit wordt gestaafd door een gegraveerde tekst op een kleirol die in de 19e eeuw teruggevonden is. Tijdens de ballingschap leefden de Israëlieten in een heidense wereld. Ze hadden de gewoonte aangenomen om de Heere voor te stellen als de God van hemel en aarde. Dat was waarschijnlijk om te benadrukken dat Hij niet alleen de God van Israël was, maar ook de Schepper van hemel en aarde. De God die Zijn bewind over de hele wereld uitoefent. ( Ezra 1: 2 / 7 : 21, 23 / Nehemia 1 : 4, 5 / 2 : 20 ) 

In de ballingschap kregen de Israëlieten gelegenheid om de aanwezigheid en het handelen van hun God te ervaren. En dat nog wel op vreemde bodem, terwijl Hij tot dan toe in de beleving van de mensen de God van Jeruzalem was geweest. Hoewel je in de boekrollen van Ezra en Nehemia geen wonderen ziet gebeuren, lees je er wel over het handelen van God ten gunste van mensen die op Hem rekenen. ( Ezra 7 ; 9 / 8 ; 23, 31 / Neh. 2 : 18 / 4 ; 9 / 6 ; 16 ) 

Je leest er ook dat de Heere in de harten van de mensen werkt. Dat deed Hij in de harten van de mensen van Zijn volk, om hen te overreden om Zijn wil te doen ( Ezra 1 : 5 / 8 : 18 / Nehemia 2 : 18 / 4 : 9 / 6 : 16 ) en om hen sterk te maken. ( Neh. 6 ; 9 ). Hij deed dat in de harten van de heidense bevolking, maar ook in die van de hoogste leiders, om hen gunstig te stemmen ten opzichte van Zijn volk en van hun plannen. ( Ezra 1 : 1 / 5 ; 5 / 6 : 22 / 7 ; 6 / 9 ; 9 / Neh. 2 : 8 ) Uit al deze dingen blijkt Gods heerschappij, en dat in een machtig heidens rijk waarin Zijn volk zich moest schikken. 

Dit feit geeft ons moed om in een post-christelijk tijdperk vast te houden aan Gods Woord. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *