Mattheüs 2 : 13 – 23

De magiërs hadden de betekenis van de schitterende Ster begrepen. Hun geloof in de woorden van de profeten had hen linea recta naar Jezus gebracht. Nadat ze Hem in allerlei toonaarden hulde bewezen hadden, maakten ze zich gereed om te vertrekken. Die nacht volgde een nieuw ongebruikelijk ingrijpen van de Elohim. De magiërs droomden en kregen een Goddelijke waarschuwing om niet naar Herodes terug te gaan maar een andere route te kiezen. Herodes wachtte tevergeefs!

Maria en Jozef waren na twee jaar opnieuw  in hun geloof bevestigd. God had hen bovendien van allerlei rijkdommen voorzien om ruimschoots hun dagelijks leven te kunnen betalen.  

Niet lang na het bijzondere bezoek verscheen er weer een engel van God. De engel maande Jozef  om zich te haasten en direct uit Betlehem te vertrekken omdat het leven van het Kind gevaar liep. Herodes had begrepen dat de wijzen hem niet vertrouwden en zeker niet meer terug zouden komen. Hij had zich vast voorgenomen om het hele verhaal van de magiërs voorgoed te ontkrachten. “ Jozef, vertrek, want Herodes wil het Kind ombrengen! “ drong de engel aan. 

Jozef en Maria bedachten zich geen moment. Zo snel ze konden lieten ze Bethlehem achter zich. God was hun Gids en voerde hen naar Egypte. Daar vestigde het jonge ouderpaar zich. Ze bleven er tot aan de dood van Herodes. Er zou opnieuw een profetie in vervulling gaan: “ Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. “ ( Matth. 2 : 15 )

Intussen stuurde Herodes Zijn hele legermacht naar Betlehem. Hij was ziedend van woede en voelde zich uiterst beledigd dat de magiërs niet teruggekomen waren. Afgaand op het tijdstip dat de wijzen aangegeven hadden, gaf hij opdracht om in Betlehem en haar wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar oud en jonger te doden. Opnieuw werd zijn uiterst wrede reputatie bevestigd. De koning – die zelfs een aantal leden van zijn familie had laten executeren –  had als toppunt van wreedheid sommige van zijn eigen kinderen om laten brengen. Zijn soldaten stormden de huizen rond Bethlehem binnen en doodden alle kleine jongens. Er moeten grote jammerklachten naar de hemel opgestegen zijn want de Bijbel zegt: “In Rama werd gehuild en geschreeuwd. Rachels dochters huilden om hun kinderen en niemand kon hen troosten.”  

Toen de koning eindelijk stierf kreeg Jozef weer een droom. Er meldde zich opnieuw een engel van de Heer die hem de opdracht gaf terug te gaan naar het land Israël en hem vertelde dat Herodes dood was. Zoals altijd gehoorzaamde Jozef en volgde de instructies van de engel precies op. Het jonge gezin keerde terug naar Israël. 

Daar aangekomen hoorde Jozef dat Archelaüs koning van Judea geworden was. Zijn reputatie was niet veel beter dan die van zijn vader Herodes. Daarom leidde de Heere Jozef en Maria naar Galilea waar een zekere Philippus de politieke macht in handen had. Maria kwam thuis in haar geliefde Nazareth, het stadje op de heuvel. Ze waren er goed bekend en bevonden zich onder hun familieleden. 

Maria en Jozef begonnen hun dagelijks leven. Onder dit ogenschijnlijk gewone leven bevond zich de altijd durende aanwezigheid van de Elohim, en van Zijn Zoon die mens geworden was! 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *