De gelijkenis over de kracht van het gebed

De farizeeër en de tollenaar. 

Jezus vertelde opnieuw een gelijkenis, bedoeld voor mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. Jezus zei: “ Een farizeeër en een tollenaar gingen naar de tempel om te bidden. De farizeeër stond trots rechtop. En hij begon te bidden: “ God ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen. Want die zijn oneerlijk, ze stelen en ze gaan vreemd. En ik dank u dat ik niet ben zoals die tollenaar daar. Ik betaal belasting aan de tempel over al mijn bezit. En ik vast twee keer per week om U te eren. Intussen stond de tollenaar helemaal achter in de tempel. HIj durfde zelfs niet omhoog te kijken. HIj huilde en zei: “ God ik ben een slecht mens. Heb medelij met mij! “ Luister naar mijn woorden: “ Toen die twee mannen naar huis gingen, was de tollenaar bevrjd van zijn schuld. Maar de farizeeër niet. Want God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt onbelangrijk maken. En juist mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken. ( Lucas 18 : 9 – 14 ) 

De Heere Jezus was duidelijk en Hij ging recht op Zijn doel af. De strekking van Zijn verhaal over de farizeeër en de tollenaar moest de overtuiging veranderen van mensen die voor zichzelf besloten hadden  dat ze rechtvaardig waren en anderen verachtten. Farizeeërs waren lid van een Joodse religieuze stroming, een politieke partij . Tegelijkertijd was het een stroming die zijn opgeld deed tijdens de periode van de tweede tempel te Jeruzalem die koning Salomo gebouwd had. Hoewel er priesters waren die zich tot de partij van de farizeeërs rekenden, was het merendeel van deze mensen leek. Het waren scherpzinnige interpreten van de Mozaïsche Wet en ze hielden zich hier behoorlijk streng aan. De farizeeën hadden ook bepaalde tradities waar ze zich aan hielden. Daarbij waren ze lang niet altijd consequent bezig, ze kozen de tradities uit die ze zelf belangrijk vonden. Sommige van die tradities maakten de wet strenger, andere zwakten de wet juist af. Er waren vaak conflicten tussen de farizeeën en de sadduceeën over van alles en nog wat. Zo ging het regelmatig over de vraag of de heidenen zich aan de tradities van de Joden moesten houden of niet. Conflicten gingen ook over de status en het ambt van de hogepriesters. Daarbij ging het vooral over de vraag of deze geestelijk leiders openstonden voor het hellenisme, de Griekse cultuur met alles wat daarmee te maken had. De strenge farizeeërs wezen deze wereldse invloeden ten strengste af, en bleven zich nauwgezet aan de Joodse wetten houden. 

Ook voor de farizeeën was de Romeinse overheersing een crime. Als Joden moesten ze belasting betalen aan hun overheersers. De Romeinen kozen Joden uit die bereid waren om van hun landgenoten de munten, het graan of de andere goederen te innen, en als belastingbetaling dienst kon doen. De Romeinse term voor belastingpachter was publicanus. De vijandelijke overheid verleende belastingconsessies voor een bepaald gebied, met een bepaalde looptijd. De publicanus moest een vastgesteld bedrag afgeven. Wat hij meer binnenhaalde, was winst die hij in zijn eigen zak mocht steken. De tarieven werden door de Romeinen  voorgeschreven, en niemand wist wat er extra betaald moest worden dan de tollenaar. Het is dan ook goed te begrijpen dat deze mensen niet geliefd waren bij de bevolking, en zeker ook niet bij de farizeeën. 

Op een dag ging een farizeeër naar de tempel. Hij vond zichzelf even heilig als hij moest zijn en heiliger dan al zijn naasten. Hij vertrouwde meer op zichzelf dan op God. Eigenlijk vond hij dat hij God tot zijn schuldenaar gemaakt had. Op dezelfde tijd en op dezelfde plaats begaven zich twee mensen tot de plicht van het gebed. Het was niet het uur van het openbaar gebed, dus het was duidelijk dat ze daar voor een persoonlijk gebed kwamen. De farizeeër – hoogmoedig als hij was – kon zich niet te hoog voelen om te gaan bidden, en de tollenaar – nederig als hij was – kon zich niet te nederig voelen om te gaan bidden. Dus ze gingen naar de tempel om aan hun godsdienst te voldoen. De farizeeër kwam naar de tempel als plichtpleging, de tollenaar kwam omdat hij daar iets te doen had. De één kwam om zich te laten zien, de ander kwam om naar de Heere te gaan met zijn hart. 

De schets van de staande farizeeër heeft betrekking op zijn karakter. Hij was vol van zichzelf en dacht helemaal niet aan de eer van God. Hij begon zijn kwaliteiten op te noemen. Hij was geen rover, niet onrechtvaardig en deed geen vlieg kwaad. Bovendien vastte hij tweemaal per week en gaf tienden van al zijn bezittingen. Hiermee moest hij God wel verheerlijken dacht hij. Toch werd hij niet aangenomen. Hoe kwam dat? De farizeeër ging naar de tempel om te bidden maar vergat de essentie van zijn boodschap. Hij dacht dat hij geen gunst en genade van God nodig had. Hij vroeg er niet eens om.  Het ergste was dat andere mensen waardeloos waren in zijn ogen. Hij had bij zichzelf moeten blijven, maar dat deed hij niet. Tijdens zijn gang de tempel in had hij gedaan alsof hij niemand zag, maar hij had wel degelijk in de gaten dat hij niet alleen was. Er was een tollenaar. De publicanus sprak vol ootmoed en nederigheid tot God. Er was berouw over zijn daden, en er was verlangen naar een ontmoeting met de Levende. Hij bleef op afstand staan en bekende in zijn hart dat het een grote gunst zou zijn als Jahweh hem net zo dicht zou laten naderen als de farizeeër. Hij bad, met zijn ogen gesloten en zijn hart geopend. Allerlei verwarrende gedachten en gevoelens vulden hem. Schaamte, ootmoed, heilig vertrouwen en moed streden om voorrang. Hij wist precies wat hij gedaan had, terwijl niemand hem iets gezegd had. Zijn gebed was kort maar krachtig. Sneller als het licht en doeltreffender als de pijl in de hand van een held trof zijn kreet het hart van God. Direct werd hij aangenomen! Jezus Christus was zo blij met hem dat Hij hem als onderwerp van zijn gelijkenis nam. Nu is hij overal ter wereld beroemd en een voorbeeld van de kracht van het gebed. 

Het was goed dat de farizeeër geen rover of onrechtvaardige was. Maar de satan heeft hem  daar trots op gemaakt. Dit leidde tot zijn ondergang. 

Jezus staat op ons te wachten, Hij let op ons hart! 

( De Bijbel in gewone taal, MH, SB in perspectief )

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *