Abraham ( 3 )

Genesis 12 

Abram deed wat de Heere hem opgedragen had. Hij zadelde zijn kamelen en dreef het vee bij elkaar. Hoewel hij al 75 jaar oud was lezen we nergens dat hij zijn leeftijd ter sprake bracht. Er staat ook niet in de Bijbel dat hij tegen de reis opzag. Hij nam zijn vrouw Sarai en zijn neef Lot met zich mee. Abram – die na de dood van zijn vader voor hem gezorgd had –  was voor hem als een vader geworden, en hij kon zich niet voorstellen om van hem te scheiden. Bepakt en bezakt verlieten ze Charan en gingen op weg, de onbekende toekomst tegemoet! Geleid door de goede hand van God kwamen ze veilig op de plaats van bestemming aan. Ze reisden verder tot de eik van More ( =  leraar, onderwijzer )  bij de stad Sichem.  Jhwh verscheen opnieuw aan Abram en zei hem: “ Ik zal dit land aan jouw nakomelingen geven. “ In dankbaarheid bouwde Abram daarop een altaar voor God. Voortaan zou dit een heilige plaats genoemd worden. ( Jozua 24 : 26 ) 

Je zou verwachten dat de bijzondere roeping van Abram wel door een bijzondere gebeurtenis opgevolgd zou worden. Maar niets van dat alles. Er werd weinig aandacht aan hem geschonken. De Heere wilde Abram leren om door het geloof te leven. Het land was in bezit van de Kanaänieten. Er ging geen goede roep van deze mensen uit. Bijzonder dat de Heere zo persoonlijk voor hem instond, en hem van stap tot stap wilde leiden. God sprak goede en troostrijke woorden tegen Abram. Hoewel hij nu ver van huis en haard vandaan was, bleef de Heere Dezelfde. 

Abram deed moeite om het contact met de hemel in stand te houden, en bouwde een altaar.Keer op keer maakte hij tijdens zijn trektocht een dergelijke heilige plaats voor de Heere. Vervolgens trok hij weer verder, van de ene plaats naar de andere, tot hij in de Negev Woestijn belandde. 

Het geloof van Abram in de beloften van God werd op de proef gesteld. Hij vond geen land dat overvloeide van melk en honing. Er brak zelfs hongersnood uit. Abram besloot om verder te reizen naar Egypte. Helaas plande hij niet in samenspraak met de Heere. Ze waren bijna in Egypte toen Abram tegen Sarai zei: “ Zeg Sarai, je bent een mooie vrouw. Als de Egyptenaren je zien zullen ze je schaken. En omdat je mijn vrouw bent zullen ze mij willen vermoorden. Het is maar het beste om te zeggen dat je mijn zus bent,zodat ze je in het leven laten en mij met respect behandelen.” Nederigheid en afhankelijkheid konden slechts overleven in de nabijheid van God. Nu Abram God verwaarloosde, nam de mens Gods positie in. Dat kon niet goed aflopen. 

Dat deed het ook niet. De Egyptenaren en de soldaten van de farao stonden versteld van de schoonheid van Abrams vrouw. Zonder zich een ogenblik te bedenken liet de farao haar ophalen om met haar in het huwelijk te treden. Grote aantallen kamelen, schapen, geiten, koeien, ezels en kamelen, en daarbij allerlei slaven en slavinnen werden naar de tenten van Abram gebracht. Maar Jahweh zorgde ervoor dat er allerlei ongelukken gebeurden. Hij kastijdde de farao zodanig dat die zich afvroeg wat er aan de hand was met zijn nieuwe vrouw. Hij liet Abram bij zich roepen en het duurde niet lang of hij begreep dat Sarai zijn echtgenote was. Hij keek Abram eens aan en vroeg hem waarom hij over de status van zijn vrouw gelogen had. Vriendelijk en edelmoedig stuurde hij de beide echtelieden weg en gaf zijn mannen het bevel om het gezin na de hongersnood veilig het land uit te geleiden.  Precies 430 jaar later zouden Abrams nakomelingen ook naar Egypte afreizen om brood te kopen. Hoewel Zijn kinderen zich niet goed gedroegen, bleef de zorg van God hen omringen. Hij is gisteren en heden Dezelfde, en tot in eeuwigheid. 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *