Abraham ( 2 )

De roeping van Abraham. 

Genesis 12 

Op een dag zei de Heere tegen Abraham: “ Ga weg uit je land, verlaat je familie en volg Mij. Ik zal je zeggen naar welk land je gaan moet. Ik zal je zoveel nakomelingen geven dat ze een groot volk worden. Ik zal je rijk, gelukkig en beroemd maken. Jij zult ook andere mensen gelukkig maken. Als de volken op aarde elkaar geluk toewensen zullen ze zeggen: “ Ik hoop dat je net zo gelukkig wordt als Abram! Ik zal goed zijn voor de mensen die goed zijn voor jou. Maar de mensen die jou slecht behandelen zal ik straffen. “ Terwijl Abrams verwanten zich in Charan vestigen ( Gen. 24 : 4, 11, 27, 43 ) werd Abram geroepen om verder te trekken en zich niet te settelen. Hoe kon het bestaan dat iemand alles op zou geven voor een onbekend avontuur? Het was de God der heerlijkheid die aan hem verscheen. ( Handelingen 7 ; 2 ) Dat betekent: de Heere God in al Zijn macht en majesteit. Deze grootse verschijning liet geen plaats om aan het goddelijk gezag van de roeping van Abram te twijfelen. Abram werd bijzonder op de proef gesteld. Hij moest zijn geboortegrond en zijn beste vrienden verlaten om alleen met God verder te gaan. Zijn land van herkomst was afgodisch. Zijn familie en het huis van zijn vader dienden de afgoden en de Heere wilde voorkomen dat Abram daarmee besmet zou raken. Abram moest zijn natuurlijke liefde voor zijn familie en voor het land waarin hij woonde opgeven voor de Goddelijke genade. Het gebod van God vroeg groot vertrouwen van Abram. Met gespannen verwachting keek de Heere of hij God verder zou vertrouwen dan wat hij van Hem zag. God had Abram niet gezegd dat hij land zou krijgen, maar dat God hem land zou wijzen. Dit impliceert dat hij God met een blind geloof moest volgen. Hij wist absoluut niet of hij geen verliezer zou zijn wanneer hij zijn eigen land zou verlaten om Hem naar een totaal onbekende toekomst te volgen. 

Als de Heere gebiedt, dan geeft Hij ook beloften. Wie gehoorzaam is, krijgt de vervulling van wat Hij belooft. Toen de Heere Abram uit zijn eigen volk afzonderde, schonk Hij hem de belofte dat hij het hoofd van een ander volk zou worden. Deze belofte was een grote verlichting voor Abram want hij had nog geen zoon. Dat wist de Heere ook. Zo werkt Hij meestal in het leven van Zijn kinderen. Hij weet precies wat ieder van Zijn kinderen nodig heeft en speelt daar op in. Toen Abram  het huis van zijn vader verliet, verloor hij de familienaam. Als kinderloze vader was het risico groot dat hij zich nooit meer een naam zou verwerven. Maar God beloofde Abram dat Hij hem tot een groot volk zou maken en op die manier ook een goede en grote naam zou geven. Het geluk van Abram zou een voorbeeld van geluk zijn, zodanig, dat zijn geluk spreekwoordelijk zou worden. Zijn leven zou een zegen zijn op de plek waar hij vertoeven zou. 

Het verbond tussen God en Abram was offensief en defensief . De Heere zou zich persoonlijk garant stellen voor zijn bescherming en zegenen wie hem zou zegenen, maar vervloeken wie hem zou vervloeken. In Abram zouden alle geslachten van de aarde gezegend worden. Deze belofte was de kroon op alle andere beloften, want ze wees heen naar de komst van de Messias. Jezus Christus – die uit de lijn van zijn familie geboren zou worden – is de grootste zegen van deze wereld. Er is geen grotere en dierbaarder belofte dan Hem te mogen bezitten. 

Leerlingen van Jezus die dankbaar zijn voor Christus` volbrachte werk, geloven dat de genade van gisteren het bewijs vormt van het feit dat God morgen te vertrouwen is. Ze geloven dat God genade op genade wil geven. Ze weten dat het plezier van de zonde niet opweegt tegen de vreugde die God nu al geeft als wij Christus volgen. De geschiedenis van Abram wekt verlangen om voller te worden van de volheid van God! ( Efeze 3 : 18 , 19 ) 

( de Bijbel in gewone taal, SBiP, SV, NBV, MH, Piper ) 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *