Weemoed en Hoop

De oude weduwnaar dronk voorzichtig zijn koffie. Met een twinkeling in zijn ogen begon hij zijn verhaal. 87 lentes jong en 60 jaar getrouwd geweest. Vorig jaar overleed zijn lieve vrouw. Met weemoed, maar niet treurend als degenen die geen Hoop hebben, begon hij zijn verhaal:

“Ik ontmoette haar via mijn broer.” Hij dacht even na en vervolgde: “Ik moest examen doen voor elektromonteur. Daarvoor reisde je vanuit Zeeland helemaal naar Den Haag. Een enorme reis was dat! Zodoende logeerde ik enkele dagen bij mijn broer. Die volgde een opleiding bij het kadaster daar. Als man kon je natuurlijk niet koken. Daarom ging je in een kosthuis. De hospita van mijn broer had twee dochters. Ik wist gelijk van die ene: zij is het!

Een geweldig leuk meisje vond ik haar. Maar ik wist totaal niet of ze mij wel aardig vond! Ik vond het bovendien een belangrijke zaak om te weten waar ze vandaan kwam. Het was een goed nest. Ongeveer zoals ik me had voorgesteld dat het zijn moest.
Die maandag na dat weekend vertrok ze al vroeg naar haar werkhuis. Hard werken was het, voor iedereen! Met mannenmoed bracht ik haar naar de tram en toen zei ze tot mijn grote verassing: “zie ik je nog eens?“ Dat was precies wat ik nodig had!

Het was te direct geweest om haar nu gelijk te vragen mijn vrouw te worden. We gingen schrijven. Dat was de gewoonte in onze tijd. We schreven over de omstandigheden waarin we waren. Ik vertelde haar over mijn werk en studie. Zij schreef me over haar werkhuis. Het klikte! Na drie maanden waagde ik opnieuw de reis. Eigenlijk was alles al in kannen en kruiken. Dat hadden we tussen de regels door geschreven. Eerst heb ik aan haar vader om haar hand gevraagd. Het waren serieuze mensen die veel omgang hadden met belangrijke kerkelijke personen. Dus het ging niet zomaar!

Onze verkering duurde 5 jaar. Dat kwam door de woningnood die na de Tweede Wereldoorlog ontstaan is. Gemiddeld moest een verloofd stel jaren wachten op een woning. Links en rechts van ons gingen verkeringen uit omdat hun relatie in een impasse terecht kwam. Alles duurde zo lang. Plannen maken, dat ging niet. Ook wij vonden het moeilijk, dat lange wachten. Uiteindelijk gingen we inwonen bij onze schoonouders. Ze bewoonden een groot benedenhuis met een uitbouw. Zelf bleven ze in het voorhuis. Wij namen onze intrek in het achterhuis met de serre. We deelden samen de keuken. Een badkamer hadden we niet. Er was een lavet in de keuken. Dat was alles.

We trouwden vrij van elkaar. Een zegen die je je hele leven meedraagt, ook naar je kinderen toe. Het eerste jaar van je huwelijk is iets bijzonders. We hadden een eigen huis. We waren eindelijk samen een gezin! Binnen 10 maanden kwam onze eerste. Dat was heel gewoon. Zoals dat tegenwoordig gaat dat vind ik helemaal niks. Zomaar een kind of drie en dan ook nog jaren wachten voor de eerste komt. We kregen een groot gezin en elke baby werd met liefde en vreugde verwacht. Zo`n vrouw was ze. Ja, daar ben ik trots op!

Ik werkte meestentijds zelfstandig. Voor mijn werk was ik veel van huis, soms wel een week. Maar ik ging altijd met blijdschap terug naar huis! Mijn vrouw, mijn kinderen, ze wachtten op mij. De opvoeding van de kinderen ging niet zonder slag of stoot. Eens viel er eentje van het dak van de school en had een zware hersenschudding. Ik was niet thuis, ver weg zelfs. Dat was zwaar. Hoewel ik ver van huis mijn werk had, heb ik de kinderen altijd met een gerust hart aan mijn vrouw toevertrouwd. Ze las dagelijks uit de Bijbel en ze bad met hen. Dat zijn ze niet vergeten!”

Een kleine pauze. Ogen die wegturen, een slok koffie. “Tips voor jonge mensen? Luisteren die nog vandaag-de-dag? Het begin van je relatie moet goed zijn. Probeer als echtpaar samen altijd alles op te lossen. Van buitenstaanders heb je meer last dan gemak. Als je een goed huwelijk hebt, dan sta je sterk. Ook familiebanden zijn heel kostbaar.

Wat je vraagt over mijn geloofsleven, dat mogen ze ook weten. Het leven was soms moeilijk. Je moest de kost verdienen voor een steeds groter groeiend gezin. Er waren wel eens tijden dat dit erg moeilijk was. In zulke tijden hebben we altijd de hulp van de Heere ervaren. En verder, voor mijn ziel.. dat is wel moeilijk hoor, wat je vraagt… In mijn leven heb ik ervaren dat ik ook voor mijn ziel alles van de Heere verwachtte. Datheen zegt in zijn oude psalmberijming: “Het is God die Zijn volk vrijstelt en maakt dat het ongekweld verlost wordt van `s doods geweld zeer krachtig”. De Vader spreekt ons van zonden vrij, de Zoon heeft met Zijn bloed voor ons betaald en de Heilige Geest past dat allemaal toe aan ons hart. Wat bedoel ik daarmee te zeggen? In mijn tijd praatte je niet zo gemakkelijk. Dat verander je niet meer.

Mijn toekomst? Ik ben een oude man. Als ik er volgende week niet meer zou zijn, wat zou ik dan nu zeggen… In Uwe hand beveel ik mijn geest. Het is vrede. Dat is mijn toekomst, schrijf maar op.“​

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *