Waarom de opstanding? ( 6 )

 

Simon Petrus was een bijzonder mens. Hij dacht in superlatieven. Bovendien was hij erg impulsief. Dat bezorgde hem vaak moeilijkheden.Tijdens de paasmaaltijd vroeg hij Jezus ongeduldig: “ Heere, waar gaat U heen? Waarom kan ik U nu niet volgen? Ik wil Mijn leven voor U geven!” Jezus gaf daar niet zo`n bemoedigend antwoord op! Hij antwoordde Petrus dat hij Zijn meester driemaal zou verloochenen voordat de haan zou kraaien. Daar geloofde Petrus niets van! “ Al zou iedereen zich aan U ergeren, ik zal dat nooit doen! “ luidde zijn resolute antwoord. ( Math. 26: 35 )

Toch gebeurde het, in de koude, bange nacht van het verraad. ( Math. 26 ) De blikken van Petrus en Zijn Meester hadden zich gekruist, en Petrus was bitter huilend naar buiten gerend. De donkere nacht in.  ( Lucas 22: 61 )Gods liefde hield hem vast, hij stortte zich niet van de steile rotsen af zoals Judas had gedaan. ( Math. 27: 2 / Hand. 1: 18 – 19 )Maar Petrus` gevoelige hart – onder zijn stoere uiterlijk –  was totaal verpletterd. Hij kon er niet omheen terwijl hij niet begreep waarom hij niet met Jezus gestorven was. Zijn leven had geen zin meer. Er was een grote verwijdering tussen hen tweeën gekomen. Naar het zich liet aanzien, voorgoed.

De opstanding had hem blij gemaakt. Maar de afstand was gebleven. Het verraad zat ertussen. Opnieuw een verschijning van de Opgestane, nu aan het meer. Ondanks het feit dat Petrus zich het water ingestort had om naar de kant te zwemmen, had de Heere Jezus hem niet persoonlijk toegesproken. Ietwat beschaamd om zijn impulsiviteit had hij alsnog de netten helpen inhalen.( Joh. 21: 8 )  Na de maaltijd, was de tijd van de Meester aangebroken.

“ Simon, zoon van Johannes, heb je mij liever dan de anderen? “ vroeg Hij.

Jezus sprak hem met zijn oorspronkelijke naam aan. Geen Cefas, of Petrus. Niets meer van dat intieme van het begin. Het was allemaal anders geworden. Loodzwaar lag het weten op Petrus hart. Alle reden om te twijfelen aan de oprechte liefde van Petrus. Alle reden om te twijfelen aan zijn trouw. De wereld hield opnieuw op te bestaan.

“ Ja Heer, U weet dat ik U liefheb.” antwoordde Petrus. Dat was alles. Hij was niet langer méér dan de anderen. Beter dan de anderen. Toch bleef het vertrouwen  in Jezus! Klinkklaar, helder en hoorbaar.

“ Weid Mijn lammeren. “ antwoordde de Meester. De kleinste, teerste en zwakste dieren van de kudde! Een schitterende opdracht. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Petrus, wees blij! We lezen er niets over.  

Het gesprek was nog niet afgelopen. Nog eens vroeg Jezus: “ Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief? “

Het hart van Petrus resoneerde in zijn stem. “ Ja Heere, U weet dat ik van U houd.” herhaalde hij. “ Hoed Mijn schapen. “ zei Jezus. Opnieuw een opdracht. Niet alleen de lammetje, de schapen ook! Maar er lag geen zelfvertrouwen in Petrus antwoord.

Voor de derde keer vroeg Jezus: “ Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij? “

De tranen sprongen Petrus in de ogen. De moed zonk in zijn schoenen. Zijn stem brak. Toch bleef hij niet stil “ Ja Heere, U weet toch dat ik van U houd! “ Al had Jezus het hem nog 1000 keer opnieuw gevraagd, de liefde liet zich niet wegvragen. Het vat gaf uit wat erin zat!

Er volgt echter een ingewikkeld antwoord.

“ Waarachtig, ik verzeker je Petrus. Toen je jonger was deed je zelf je gordel om, en wandelde je waarheen je maar wilde. Maar wanneer je oud word, zal iemand anders je handen grijpen, je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.”

Quo vadis?

Petrus was nog jong. Van de vishandel van zijn vader naar het leerlingschap van Rabbi Jezus geroepen. Drie intense jaren waren omgevlogen. Een scala aan lessen had hij mogen leren! Hoe vaak was hij de fout ingegaan! Ondanks dat was de liefde gebleven. Het bewijs van de oprechtheid van zijn roeping. ( 1 Kor. 13 )

Even fronste het voorhoofd van Petrus zich in verwarring. Wat had deze uitspraak van de Meester te zeggen? En de anderen dan?

Petrus draaide zich om, en zag dat de leerling van wie Jezus hield achter hem liep. De leerling die niet keihard geroepen had dat hij Jezus volgen zou, en zich nooit zou ergeren. De leerling die zich never in zee geworpen had om Jezus te bereiken. Die de eerste was geweest om te vragen: “ ben ik de verrader Meester? “

“ En wat gebeurt er met hem? “ vroeg hij.

“ Als Ik wil dat Hij in leven blijft tot Ik terugkom, dan is dat Mijn zaak. Jij moet Mij volgen. Kijk maar alleen naar Mij Petrus. Dat is genoeg. “ luidde Jezus` antwoord.

Jezus was een groot denker. Een grote geest. Nobel, integer, alwetend. Hij liet Zich niet in met kleine, povere gedachten, en probeerde die altijd te corrigeren bij Zijn leerlingen. Zo ook nu.

Opnieuw begrepen de discipelen Hem niet. Ze dachten dat Johannes onsterfelijk werd verklaard. Er zouden nog vele jaren moeten komen waarin zij indachtig gemaakt zouden worden wat Hij hen gezegd had.

Het Evangelie van Johannes naderde zijn einde. Het wordt afgesloten door een sierlijke en kostbare gedachtegang. Johannes wist dat de lengte, breedte, hoogte en diepte van Gods liefde nooit naar waarde beschreven konden worden. “ Dat probeerde hij dan ook niet.

“Jezus heeft nog veel meer gedaan. Wanneer Zijn daden, één voor één vermeld werden, dan zou de wereld te klein zijn voor de boeken die geschreven moesten worden. “ eindigde hij zijn relaas.

Amen! Wie kan Gods wijs beleid doorgronden? Wie kan Gods daden ooit naar waarde beschrijven? Vele harten, gedachten en woorden verenigden zich in de loop der eeuwen via zang, woord, en geschrift,  maar zullen Gods lof nooit compleet maken. Dat komt straks in de hemel!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *