De verloren zoon ( 1 )

 

De Bijbel kent geen verhaal dat de rijkdom van Gods genade in een diepere dimensie afschildert, dan de gelijkenis van de verloren zoon uit Lucas 15. 

De moeilijke situatie met de farizeeën en schriftgeleerden waarin de Heere Jezus zich tijdens zijn rondwandeling op aarde bevond zorgde aan de ene kant niet alleen voor conflicten, zij zorgde er aan de andere kant ook voor dat er gelegenheden ontstonden die  een grotere openbaring van Gods genade openbaarden.

Lucas 15: 11 – 24

Een man had twee zonen. De jongste zei: “ Vader, ik wil mijn deel van de erfenis nu hebben. De vader gaf hem wat hij vroeg. De zoon verzilverde zijn bezit. Een paar dagen later pakte hij al zijn spullen bij elkaar en ging weg. Hij ging naar een ver land. Daar gaf hij al zijn geld uit aan een leven vol plezier. Toen alles op was, kwam er een hongersnood in dat verre land. De zoon had niets meer te eten. Daarom ging hij bij één van de inwoners van dat land aan het werk. Die stuurde hem het veld in om op de varkens te passen. De zoon had zo’n honger dat hij zelfs het varkensvoer op wilde eten. Maar niemand gaf hem iets. Toen dacht hij: “ thuis hebben zelfs de armste knechten altijd genoeg te eten. En ik ga hier dood van de honger! Ik zal naar mijn vader teruggaan, en tegen hem zeggen: “ Vader, ik heb me slecht gedragen, tegen God, en tegen u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Behandel mij voortaan maar net zoals uw armste knechten.” Toen ging de zoon terug naar zijn vader.

De vader zag zijn zoon al van ver komen. Meteen kreeg hij medelijden. Hij rende naar zijn zoon toe, sloeg zijn armen om hem heen, en kuste hem. De zoon zei: “ vader, ik heb me slecht gedragen tegen de hemel, en tegenover u. Ik verdien het niet meer om uw zoon te zijn. Laat mij maar één van uw knechten worden. ” Maar de vader zei tegen zijn knechten: “ Haal snel mijn mooiste jas voor mijn zoon en trek hem die aan. Doe een ring om zijn vinger, en schoenen aan zijn voeten. Haal het beste kalf en slacht het. We gaan eten en feestvieren! Want mijn zoon was dood, maar nu leeft hij weer!  Ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer gevonden!” Toen gingen ze feestvieren.

De eenvoudige woorden van deze gelijkenis bevatten een wereld van tegenstellingen.

Om een dieper inzicht te krijgen in het mysterie van het medelijden dat de vader aan het eind van het verhaal laat zien moeten we scherp kijken naar de werkelijkheid die de situatie oproept. Lucas vertelt het verhaal zo nuchter dat het je bijna ontgaat hoe absurd het is, wat er hier gebeurt. Wat deze zoon doet is volkomen in tegenspraak met de heersende moraal. “ Geef mij een deel van de erfenis” zei de zoon ijskoud, en hij ging er met de buit vandoor. Hij vertrok met zijn bezit naar het buitenland.

Kenneth Bailey, schrijver, taalkundige en professor in de theologie ( 1930 – 2016 ) heeft meer dan 15 jaar lang van Marokko tot India en van Turkije tot Sudan mensen van allerlei rangen en standen ondervraagd over wat het betekent dat een zoon zijn erfdeel opvraagt terwijl de vader nog leeft. Het antwoord was altijd nadrukkelijk hetzelfde:  “ Dat is nog nooit gebeurd. Bij een dergelijke vraag zou elke zoon halfdood geslagen zijn. Waarom? “ Dat is logisch. De vraag houdt in dat de zoon de dood van de vader wil.”

Het vertrek van de zoon is dus veel kwetsender dan zo op het eerste oog  van de situatie uitgaat. De reis van de jongen naar het verre land betekent een bewust doorsnijden van alle banden met zijn ouderlijk huis. De jongste zoon breekt met alle tradities, en aanvaard op voorhand de dood van zijn vader. De vader in de parabel is niemand minder dan God, de Heere.

Henri Nouwen schreef: “ het verlaten van het vaderhuis is veel meer dan een historische gebeurtenis, die aan een bepaalde tijd en plaats gebonden is. Het is een ontkenning van de geestelijke werkelijkheid dat een mens met elke vezel van zijn bestaan aan God toebehoort. De zoon breekt uit de veilige omhelzing van het feit dat zijn naam in Gods handpalm gegraveerd is. Hij verlaat het huis van de God die hem in het verborgene gemaakt had, geweven in de schoot van zijn moeder. ( Psalm 139 ) Dit eerste gedeelte wijst terug naar de val en ongehoorzaamheid in het paradijs. “( Genesis 3 )

De zoon ging weg om de stem van de wereld beter, en die van zijn vader helemaal niet meer te horen. Zijn lichaam en ziel trokken van de nabijheid van de Heere weg. En zoals het na het Paradijs ging, zo ging het ook hier. De zonde nam bezit van de jongste zoon. Zijn leven vol plezier maakte hem in no time straatarm.

Toen het laatste muntstuk uitgegeven was, was ook elke medemens verdwenen. Eenzaam en failliet kwam de zoon tot zichzelf. Hij wist geen betere oplossing te bedenken dan om maar werk te gaan zoeken. Voor een buitenlander zonder geld bleek niet veel animo te zijn.  Het minste werk werd hem toebedeeld, hij werd varkenshoeder. De meedogenloze werkgever weigerde alle vorm van comfort. Zelfs het varkensvoedsel werd hem geweigerd.

In deze desperate toestand kwam de zoon tot zichzelf. Zijn gedachten cirkelden onafgebroken rond zijn vader. Op een gegeven ogenblik stond zijn besluit vast. Hij keerde terug naar huis. De Bijbel zegt niets over zijn gemoedstoestand, maar de tekst impliceert dat de zoon zich altijd een zoon was blijven voelen. Geen woord over tweestrijd. Hij dacht, en handelde. Hij wist dat hij zijn positie had verspeeld. Toch ging hij terug.

De Vader. Er was hem een verklaring schuldig. Hij was de helft van zijn vermogen kwijtgeraakt door zijn berooide zoon. Hoe zou hij reageren?

Liefde, liefde, louter liefde.

Toen het silhouet van de zoon in de verte verscheen werd hij door de vader herkent. De zoon werd niet in een ijzige stilte opgewacht om zijn verklaring af te leggen en zijn schuld te belijden. De vader snelde de zoon tegemoet, nam hen in zijn armen, en kuste hem. De schuldbelijdenis van de zoon werd in de omarming van de vader opgevangen.

Slaaf worden thuis? Absurde gedachte. 

“ Haal vlug het mooiste gewaad. doe hem een ring aan zijn vinger, en schoenen aan zijn voeten. Breng het gemeste kalf, en slacht het. Want deze zoon van mij was dood en is levend geworden. Hij was verloren en is gevonden.” 

Grote blijdschap! Het vaderhart had geen verklaring nodig om zijn liefde en blijdschap te laten zien. Zo is God, wanneer wij ons realiseren dat wij het zoonschap verloren hebben en teruggaan naar Hem. Elke dag, elke week, elk jaar, ons hele leven lang.

bronnen: SV kant, SB, Henri Nouwen: eindelijk thuis

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *