Tweede zendingsreis ( 3)

 

Korinthe is een grote stad, in het zuiden van Griekenland. In deze stad kwamen veel wegen bij elkaar uit. Korinthe was al in de oudheid een handelsstad. Mensen vanuit het hele land gingen naar Korinthe toe om hun spullen te verkopen. Dat konden fruit en groenten zijn, maar ook mooie stoffen en allerlei vazen en potten, die in de mooiste kleuren beschilderd waren!

In Korinthe woonden veel Joden, die natuurlijk ook hun synagoge hadden. Maar verder was het in Korinthe vaak een rommeltje. De mensen vereerden allerlei goden en ze lazen nooit in de Bijbel.

Paulus ging vanuit Athene naar deze stad toe. Waarschijnlijk is hij ook hier gelijk naar de synagoge gegaan, want verder had hij in Athene niets te zoeken. Hij wilde alléén maar over de Heere God vertellen, of iets over Hem horen van andere leerlingen van de Heere Jezus.

Er woonden twee mensen in Athene die Aquilla en Priscilla heetten. Deze mensen hielden veel van de Heere, dat was al zo voordat Paulus naar Athene kwam.

Aquilla kwam uit Italië, en woonde samen met zijn vrouw in Rome. Het was daar niet zo best voor leerlingen van de Heere Jezus! Ze werden heel erg gehaat. Keizer Claudius had het bevel gegeven dat alle Joden weg moesten uit Rome.

Paulus ging bij Aquilla en Priscilla op bezoek. Nu moet je weten dat Aquilla hetzelfde beroep had als Paulus. Hij was leerbewerker. Dat betekent dat hij allerlei mooie dingen maakte van dierenhuiden.

De Joden vonden dit een bijzondere kunst en ze keken best een beetje op tegen mensen die leerbewerker waren. Alle leerbewerkers hadden met elkaar een club opgericht, een gilde noem je dat. Iedereen die bij deze club hoorde hielp elkaar. Ze zorgden er bovendien voor dat mensen elkaar konden ontmoeten, om zo elkaar te helpen om zo goed mogelijk hun beroep uit te oefenen.

De Heere zorgde voor Paulus! Hij mocht bij Aquilla en Priscilla wonen, en kon zijn oude beroep weer oppakken.

Zo kon Paulus eindelijk weer eens een tijd rustig wonen en werken. Hij hoefde even niet te reizen en trekken, en kon tegelijkertijd zijn brood verdienen.

Elke sabbat ging hij met Aquilla en Priscilla naar de synagoge. Hier probeerde hij alle mensen – Joden en Grieken – ervan te overtuigen dat de Heere Jezus de Zoon van God is.

Gellukkig kwamen Silas en Timoteüs vanuit Macedonië ook in Korinthe aan. En omdat Paulus geld gekregen had van leerlingen van de Heere Jezus uit de stad Filippi kon hij nu al zijn tijd besteden aan het uitleggen van het Woord van God.

Hij vertelde aan de Joden het blijde Nieuws dat de Heere Jezus de Messias was die komen zou om Zijn volk te redden en gelukkig te maken!

Nu denk je misschien dat de Joden ook echt gelukkig en blij werden, toen ze dit Grote Nieuws hoorden. Maar niets is minder waar!

De Joden werden kwaad, en ze spraken het Woord van Paulus – dat het Woord van God was – tegen!

Ze gingen ook vervelende dingen zeggen. Het werd zelfs zo`n toestand dat Paulus zei: “ u roept zelf het onheil over u af, ik ben er niet schuldig aan. Voortaan zal ik niet meer tot jullie spreken, maar ik zal het Evangelie aan de heidenen gaan vertellen. Heidenen zijn mensen die nog helemaal niets weten over de Heere Jezus. Ze weten ook niet dat ze gered kunnen worden van de dood.

Zo ging Paulus weg uit de synagoge. Naast de synagoge woonde gelukkig iemand die de Heere wèl vereerde. En de leider van de synagoge die Crispus heette, geloofde het Evangelie dat Paulus had verteld. Hij niet alleen, maar ook zijn hele familie. Wat een wonder!

En het wonder ging nog verder: heel veel mensen uit Korinthe die Paulus hadden horen preken, geloofden dat de Heere Jezus de Messias was, Die komen zou. Ze lieten zich allemaal dopen.

Diep in de nacht kwam de Heere Zelf óók naar Paulus toe. Hij zei tegen hem: “wees niet bang Paulus, maar blijf spreken en zwijg niet! Niemand zal je kwaad doen! Er wonen veel mensen in deze stad die van Mij zijn.” De Heere wist dat er nog veel Joodse en Griekse mensen waren die nog niet geloofden, maar dat zou nog wel gaan gebeuren!

Zo stelde de Heere Paulus gerust. Anderhalf jaar lang bleef Paulus in Korinthe. De hele tijd vertelde hij over de Blijde Boodschap van God! En er kwamen steeds meer leerlingen van de Heere Jezus.

Wat een wonder! Dit wonder gebeurt nog steeds, zo lang als de hemel en de aarde er zijn!

Alle grote mensen en kinderen, die in Hem geloven, zullen gaan zingen. Dat doen ze hier op aarde al, en straks zullen ze voor altijd zingen in de hemel, bij de Heere Jezus. Vind je dat niet prachtig?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *