Van tulpen en computers

Een waar gebeurd levensverhaal!

Mijn opa was een bijzonder man. Een geweldige opa! Mijn oma zorgzaam en lief. Toen we nog klein waren gingen de kleinkinderen graag naar hen toe. Het was er altijd gezellig! Opa had een prachtige tuin, in het voorjaar versierd met tulpen. Elk voorjaar zette hij tulpenbollen in zijn tuin. De verrassing was in welke nieuwe kleur de tulpen dit jaar zouden schitteren!Opa was een uitvinder. In de oorlog vond hij een karnmachine uit. Hij verstopte zijn radio, en luisterde naar de verboden nieuwsberichten. Hij bouwde een schuilkelder in zijn achtertuin.

Opa had altijd verhalen. In beeldende woorden schilderde hij iedere situatie ten voeten uit!Mijn opa had zandschepen. Eens verging er één. Dat maakte diepe indruk op hem.Zijn familie was er één van schippers. Er kwam er een nichtje van hem om, met twee van haar kinderen. Ze werden overvaren door een ander schip. Dat verhaal ben ik nooit vergeten.

Toen we nog ver van hen vandaan woonden kwamen we logeren. We kregen elke morgen een beschuit  met witte basterdsuiker op bed gebracht.Er waren ook middagen dat alle kleinkinderen mochten komen. Oma bakte pannenkoeken, en daarna liet opa dia`s zien van de avonturen die we met hen beleefd hadden.

In de zomer gingen ze op reis, met de caravan! Naar Zwitserland, naar Italië. Overal waar de zon scheen, daar wilden ze heen. Opa had astma, en in warme droge landen ging het goed met hem.Wij mochten soms mee. Dat was een feest apart! Opa kende de weg, en hij sprak Engels en Frans!Mijn opa was overal in geïnteresseerd. Hij had als één van de eersten een computer. Die computer stal zijn oude hart. Avonden was hij ermee bezig, en mijn oma zuchtte 25 jaar geleden al dat ze zich een computerweduwe voelde.Toen zijn allereerste exemplaar geïnstalleerd werd was het zijn doel het ledenbestand van de kerk te digitaliseren. De installateur van de programma`s overleed onverwachts. Het was nog zo vroeg in het computertijdperk dat er niemand was die zijn werk kon overnemen. Daarom moest alles opnieuw geïnstalleerd worden. En dat gebeurde ook.

Opa was een kind van God. Hij las preken van Philpot en van van de Groe en van Mc Cheyne. Dat klonk als Mek Kenze. We waren allemaal zenuwachtig als hij moest lezen. Want hij was soms in tranen. Of hij zei iets verkeerd. Dat vonden we zielig voor hem, dan was hij even de draad van de preek kwijt, en was het heel stil in de kerk. Ik keek op mijn horloge hoe lang dat duurde.Toen oma overleed werd hij een beetje eenzaam. Toch bleef hij geïnteresseerd in de wereld om hem heen.

Altijd als hij kwam was het supergezellig.Toen we kleine kinderen hadden nam hij er vaak één op schoot en zei: “Je bent een lief jonk!” Met flauwe praatjes moesten ze niet bij hem aankomen.Daar had hij niks mee. Hij zei van die dingen die je nooit meer vergeet.

Mijn opa! Een monument van Godsvrucht en nuchterheid.

Hij leeft! Bij de Heere.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *