Toekomstperspectief

Merian wachtte me op aan het eind van de avond. We hadden dezelfde conferentie bezocht. “Heeft u even de tijd?“. Half 11 al, maar het was nodig alle tijd te hebben zag ik in één oogopslag. “Vanzelf. Laten we nog wat gaan drinken.“ In een grote stad als Rotterdam geen enkel probleem, gelegenheden te over. Roezige gezellige drukte kwam ons tegemoet. We zochten een plaats en bestelden een drankje. Ze koos geen omwegen, maar begon:

“Toen Anton in mijn leven kwam waren we allebei zestien jaar. Jong en gelukkig. Onze vrije tijd bestond voornamelijk uit het uitgaan met onze vriendengroep. Iedereen was in dezelfde situatie. We werkten al vroeg en hadden aardig wat te besteden. Dat deden we dan ook! We hadden altijd wel een plan! Samen een film bekijken, naar het strand voor een barbecue. Bij het kampvuur vertelden we elkaar tot aan het morgengloren onze dromen. De wereld was niet zo groot, internet kenden we niet. We misten niets, want we hadden elkaar.

We trouwden en Anton nam het schoonmaakbedrijf van zijn vader over. Spannende plannen voor een onbezorgde toekomst werden gemaakt. Het bedrijf groeide. We voerden een succesvolle pr die ons in no-time van een groeiend klantenbestand voorzag. Jong waren we, onvermoeibaar in de weer, en elke week zagen we vol trots de stijgende lijn in de winstgrafieken!

“Zagen jullie dat als Gods zegen?“ onderbrak ik even. Ze keek me open aan. “Natúúrlijk! Zo waren we opgevoed. De Zegen van de Heere, daar hoorde je om te bidden. Zo deden we dat ook. En waarom zou je die dan niet ook ontvangen, als je hard werkt?“

We kregen kinderen. Een jaar na onze huwelijkssluiting werd Myrthe geboren. Twee jaar later Anouk en nog weer een jaar daarna Tom. We waren gelukkig en tevreden. Het leven lachte ons werkelijk vanuit alle hoeken van ons bestaan toe!

Lastig was dat ik mezelf minder energiek voelde worden. Ik stak dit op de snel op elkaar volgende komst van de kinderen. Slikte wat ijzertabletten en werkte door. De vermoeidheid werd echter steeds groter, liet zich niet meer wegslikken met een voedingssupplement. Toch maar eens langs de dokter om mijn bloed te prikken. Ja, zo kwam de kentering ons geluk en leven binnen.

Het was niet goed, vertelde direct de ernstige ondertoon in de stem van onze huisarts. Onderzoeken, verwijsbrieven, en al kort daarop de verpletterende uitslag dat ik ernstig ziek was. Een operatie was noodzakelijk. Kuren volgden. Mijn vermoeidheid sleepte ik als een molensteen om mijn hals met me mee.

Anton nam in eerste instantie alle taken van mij over. Hij werkte nog een graadje harder en nam wat extra personeel aan. Dat was geen probleem, want het bedrijf bleef groeien.

Mijn interesse moest noodgedwongen tanen. Mijn gezondheid werd prioriteit. Ik kon vaak niet méér opbrengen ook. Myrthe, Anouk en Tom vroegen hun aandacht. Lezen leren, huiswerk maken, hun kinderclubjes, dat wilde ik graag blijven begeleiden. Na een dag strijden met die loden vermoeidheid en taken als moeder was ik uitgeput, viel om half negen `s avonds als een blok in slaap. Het doel van mijn bestaan was niet langer onze gezamenlijke toekomst, maar het werd puur overleven.

Deze strijd kenden we niet, hadden we niet uitgezocht en het ergste was dat we hem ook niet samen aangingen. Anton versomberde, keerde zich innerlijk meer en meer van mij af. Ik moet eerlijk zeggen dat het omgekeerde ook het geval was. De pr, de winstmarges, onze toekomst, het was zo totaal anders geworden.

We zochten onze steun niet bij elkaar. We zochten deze ook niet bij de Heere. We keken niet verder dan de doktersmogelijkheden en de toekomstperspectieven die dit mogelijk nog op zou brengen.

In een dergelijke mood kwam ik op een gegeven moment gehaast Anton`s kantoor binnen. Wat ik daar zag deed mijn hart stilstaan! Anton verwikkelt in een innige omhelzing met het jonge meisje dat kortgeleden aangenomen was om wat administratieve werkzaamheden voor het bedrijf te verrichten. Wat er in mij omging kan ik je niet vertellen. Ik heb niets gezegd, heb de deur gesloten en ben weggegaan.

Hij bekende direct. Verontschuldigde zich niet. Stak een sigaret op en kwam dicht naast mij zitten. Ik zag dat hij huilde. Moeilijk kwam zijn stem: “Merian, vergeef me alsjeblieft. Het ging niet om haar. Ik mis je zo”.

We huilden om alles wat anders geworden was, Knielden samen neer, kwamen voor het eerst in ons leven werkelijk tot God. We waren er niet voor elkaar geweest. We waren er niet voor God geweest. We waren langzaam ten onder gegaan aan alle narigheid. Was het niet goedkoop om nu te knielen, nu we met de rug tegen de muur stonden? Zou God ons niet moe zijn en genoeg van ons hebben?

Die zondag kwam het Woord tot ons met grote Kracht: “Wie in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven”. Ja, we waren als doden, ieder op onze eigen manier moesten we daar achter komen.

Maar toch, de kant van God! Het wonder van vergeving! Zo gingen we Leven. We vonden de grote liefde van de Heere Jezus en we hervonden elkaar.

We leerde opnieuw een invulling geven aan ons bestaan. Anders, maar zeker niet minder. Het ongelukkige incident was een teken in ons bestaan geworden.

Ik moet eerlijk zeggen dat het God Zelf is, Die ons stilgezet heeft. Onze ogen zijn opengegaan voor de betrekkelijkheid van het aardse leven. De Heere zegent ons. Maar het woord heeft een andere betekenis gekregen.

Voorzichtig vroeg ik: “Hoezo dan?”

Ze keek me opnieuw aan, open, blij, een tikkeltje verlegen ook en haalde een kaartje uit haar agenda. “Kijk” zei ze, deze woorden dragen we allebei altijd bij ons. Dit is ons winststreven geworden.

Ik nam het kaartje van haar aan en las:

“Door Wijsheid wordt een huis gebouwd, door Verstandigheid bevestigd. En door Wetenschap worden haar binnenkameren vervuld met alle Kostelijk en Liefelijk Goed (Spreuken 24: 3).“

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *