De schepping, hoe ging het verder? ( 4 )

Adam en Eva liepen de Hof van Eden uit, een onbekende toekomst tegemoet. De inhoud van het genadeverbond leek niet méér in te houden dan de dreigende zekerheid dat hun kinderzegen slechts door een moeizame weg in vervulling zou kunnen gaan. God had de regels van het huwelijk als dwingend en dreigend beschreven, het leek geen droom om naar uit te kijken. “ Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.” ( Genesis 3: 16 ) had Hij gezegd.

Adam wist dat de aarde vervloekt was. “ Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan. Zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang. Dorens en distels zullen er groeien. Toch moet je van zijn gewassen leven. Zweten zul je voor je brood. Tot de dag dat je terugkeert tot de aarde waaruit je genomen was. Stof ben je, en tot stof keer je terug.”  ( vs 17 ) De vreselijke aankondiging van de dood van de mens! Het schitterende lichaam dat de Heere met zoveel zorg gemaakt had, zou gedoemd zijn om tot stof terug te keren.

Het Woord van de slang bleek een klinkklare leugen, dat van God waarachtig. ( 2: 17 ) Totaal geschoqueerd door het besef van de gevolgen van hun daden, verlieten Adam en Eva voorgoed de episode van volmaakt geluk. 

Korte tijd later bleek Eva zwanger. De straf zou werkelijkheid worden. Maar God liet haar niet in de steek. Wat een wonder! “ Met de hulp van de Heere heb ik het leven gegeven aan een man! “  ( Gen. 4: 1 ) riep ze uit toen Kaïn geboren was. Later bracht ze zijn broer ter wereld en noemde hem Abel. Die naam betekent ademtocht, ijdelheid, waterdamp. Het leek de voorspelling van het korte leven dat Abel beschoren was.

Toen de jongens opgroeiden, werd Kaïn landbouwer, Abel schaapherder. God bleef de Oorsprong van de vermenigvuldiging van de kudde, en van de groei van tarwe en graan. Zijn Voorbeeld bemoedigt de mens om nooit op te geven: God heeft dat immers ook niet gedaan? Op een dag bracht Kaïn de Heere een offer van zijn oogst. Ook Abel bracht een offer. Van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij excellente uit om die aan God terug te geven.

Een subtiel verschil wordt beschreven. Abel gaf het mooiste en beste dat hij had. Daar spreekt diepe liefde en sterke toewijding uit. Deze opmerking wordt bij Kaïn`s offer niet gemaakt.

De Heere merkte Abel en zijn offer op, maar voor Kaïn en zijn offer had Hij geen oog. God zag door het opgestapelde koren en de geslachte dieren heen, en lette nauwkeurig op het hart. Abels hart was voor Hem als een liefdesoffer, dat van Kaïn niet.

Beiden wisten het, God en Kaïn. Het bracht Kaïn niet tot inkeer. Woede en wrok vulden zijn ziel. Zijn oog verdonkerde. Gemelijk keek hij zijn broer eens aan. 

“ Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? “  vroeg God. “ Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer.”  De zonde wordt gepersonifieerd als een vijand die de mens bedreigt, en zijn leven wil overheersen. 

“ Jij moet sterker zijn! “ wees God Kaïn terecht. ( vs 7 )

Het mocht niet baten. Abel smeedde moordplannen, zo diep ging zijn haat tegen zijn broer. 

“  Abel, laten we het veld ingaan.” zei hij op een dag. Nietsvermoedend volgde Abel zijn broer. Zijn lot zou spoedig beslist zijn. Totaal onvoorbereid op wat komen zou, bood Abel geen tegenstand toen zijn broer op hem aanviel en hem doodde. “ Hij sloeg hem dood “ zegt de Bijbel. Dit laat geen twijfel bestaan over de gewelddadige manier waarop zijn leven van hem genomen werd. 

Het eerste dode lichaam viel op de vervloekte akker neer. Gods woorden werden werkelijkheid. Stof zou tot stof wederkeren. Gods Meesterwerk lag verbrijzeld en kapotgeslagen ter aarde. Qui non fleret?

“ Waar is Abel, je broer?” vroeg God.

Er volgde geen schuldige reactie, geen zwijgen.

“ Dat weet ik niet! Moet ík soms over mijn broer waken? “ wrevelde Kaïn. 

“ Wat heb je gedaan?  Het bloed van je broer schreeuwt uit de aarde omhoog! Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek waar de aarde haar mond heeft opengesperd om zijn bloed te ontvangen. Het bloed dat jij vergoten hebt! ( vs 11 ) riep God.

“ Ook al bewerk je het land, het zal niets meer opbrengen. Dwalend en dolend zul je over de aarde gaan.” Dit was de straf voor de moord op de eerste martelaar ter wereld. Het is een teken dat God al het onschuldige bloed ziet dat op aarde vergoten wordt. Hij zal elke druppel ervan Zelf wreken.

Kaïn was ogenschijnlijk niet onder de indruk van de woede van God. “ Die straf is te zwaar. U verjaagt mij nu van deze plek, en ik mag U niet meer onder ogen komen. Als ik dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt, mij doden! “

Oog om oog? Tand voor tand? Hoe anders is God dan wij mensen zijn.

“ Als iemand jou doodt, dan zal dat zevenmaal aan hem gewroken worden. “ antwoordde de Heere. Toen merkte Hij Kaïn met een zichtbaar teken, zodat iedereen van hem af zou blijven. 

Een breuk met God, met de mensen, en met zijn woonplaats. Een vreselijke verbanningsstraf! Het leek al erger te worden met de schepping. Kaïn viel niet voor God neer om Hem te smeken of Hij bij Hem wilde blijven. Hij gaf er niets om. Duidelijk manifesteerden zich zijn haat en afkeer van God. 

De vijandschap tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad die voorzegd was, had zich geconcretiseerd. Kaïn vertrok. De stap uit het Paradijs was nog maar een voorzegging geweest van de richting die de mens zou kiezen: steeds verder van God vandaan.

Kaïn vestigde zich in het land Nod, ten oosten van Eden. Sommige uitleggers hebben gedacht aan het land Indië, andere aan Parthië. De cherubs die aan de oostzijde van de hof stonden zagen hem zijn weg vervolgen, terwijl het Paradijs totaal onbereikbaar achterbleef. Voortaan zouden alle dagen van de aarde vol van moord en doodslag zijn. Het bleek zonneklaar: Alles riep om de komst van een Verlosser.

 

https://www.youtube.com/watch?v=p5vabTH3PYw

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *