De schepping, hoe ging het verder? ( 3 )

Ondanks hun ongehoorzaamheid bleef Gods Vaderhart volkomen aan Adam en Eva toegewijd! Tastbaar bewijs waren de kleren die Hij hen aantrok. De Bijbel zegt er niets over op welke manier de Heere het voor elkaar kreeg om van dierenvellen kleding voor hen te maken, maar het lukte. Hij trok hen Zelf de kleding aan. Zoals een moeder haar ongehoorzame kind onder de hoede en bescherming neemt, zo deed God!

Gedurende deze catastrofe had God niemand dan Zichzelf om bij te rade te gaan. “ Nu is de mens ons gelijk geworden. Hij kent het goed en het kwaad.” dacht Hij. Ik wil voorkomen dat Hij ook vruchten van de levensboom plukt, en tot in eeuwigheid leven zal.” God  – Die absoluut geen zonde kon zien – was aan Zichzelf verplicht om een grote omweg te maken voordat Zijn volmaakte Plan weer in werking kon treden. Eeuwig leven werd alleen nog bereikbaar via betaling van de zondeschuld . Slechts de mensen die via het geloof in de Heere Jezus Christus hun zonden konden betalen, zouden weer mogen eten van de Levensboom in het Paradijs. ( Openbaringen 2: 7)

Zover was het nog lang niet! Adam en Eva zouden er hun hele leven voor nodig hebben om te beseffen wat zij zichzelf en hun nakomelingen hadden aangedaan. Zij  hadden zich van de goddelijke gave van het paradijselijke leven beroofd. God stuurde hen weg uit de Hof van Eden. Hun opdracht was om de aarde te gaan bewerken. Zonder pardon moesten ze verdwijnen. ( Gen. 24 )

Nadat de Heere het tragische vonnis voltrokken had, plaatste Hij ten oosten van de tuin van Eden cherubs, bewakers van de Goddelijke heiligheid. In hun handen hielden zij een heen en weer flitsend, vlammend zwaard. Zij waren de dragers van de troon van God ( psalm 18: 11/ Ezech. 1: 10 ) Hun aanwezigheid toonde aan dat de tuin van Eden als een aan God gewijde tempel moest worden gezien. Nu Adam en Eva zichzelf belangrijker geacht hadden dan Gods geboden, waren zij niet langer aan Hem toegewijd, en moesten ze de tempel verlaten.

Het heen en weer flitsende, vlammende zwaard stond symbool voor Gods oordeel. ( Jesaja 34: 5 / Jeremia 47: 6 / Ezech. 21: 20 ) Angstaanjagend, dodelijk, afschrikwekkend.

Ze vluchtten weg. In een fractie van seconden leek hun leven totaal verwoest. De Hof bleef achter, om eeuwenlang te wachten. Te wachten, tot op de dag van vandaag. Gode zij dank, niet tevergeefs! In de komende eeuwen zou de Zoon van God naar de vervloekte aarde komen. Hijzelf zou de strijd tegen de satan ter hand nemen. Met Zijn controversiële dood zou Hij Zich voor de mens opofferen. Door Zijn Goddelijke Vader zou de dood Hem niet vast kunnen houden. Integendeel: Jezus zou meer dan Overwinnaar worden!

Zonde, dood, en satan zouden in een intense strijd vermorzeld worden. Maar zover was het nog niet. De aarde wachtte om bewerkt te worden. Het stof, waaruit zij genomen waren. Daar gingen ze, gevangen, vreugdeloos, gebukt onder de zware last van het verraad van de satan, en van hun daden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *