Psalmen 2

 

Psalmen 2 

Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. 

De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde. “ Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.” morren zij. 

Die in de hemel troont lacht. De Heere spot met hen. Dan spreekt Hij tot hen in woede, en Zijn toorn verbijstert hen. “ Ikzelf heb mijn Koning gezalfd op de Sion, Mijn heilige berg.” 

Het besluit van de Heere wil ik bekendmaken. “ Jij bent Mijn Zoon, Ik heb je vandaag verwekt. Vraag het Mij, en Ik geef je de volken in bezit. De einden der aarde in eigendom. Jij kunt ze breken met een ijzeren staf. Ze stukslaan als een aarden pot. “ 

Daarom koningen, wees verstandig. Wees gewaarschuwd, rechters van de aarde. Onderwerp u, toon de Heere ontzag. Breng Hem bevend uw hulde. Bewijs eer aan Zijn Zoon met een kus. Anders ontvlamt Zijn woede, en Uw weg loopt dood. Want bij het geringste ontsteekt Hij in toorn. Gelukkig wie schuilen bij Hem.” ( psalm 2 ) 

Psalm 2 is één van de koningspsalmen die  ter ere van de koningen van het koningshuis van David geschreven zijn.  Hoogstwaarschijnlijk is hier de troonsbestijging van een nieuwe koning aan de orde, en het lijkt waarschijnlijk dat het die van koning David zelf geweest is.

Het Nieuwe Testament citeert deze psalm vrijwel altijd in verband met de Heere Jezus Christus. Hij is de Zoon waar alle profeten het over hadden. De door God gezalfde! ( zie Handelingen 4: 25 – 26 / 13 : 33 / Hebr. 1 : 5 / 5 : 5 / Openb. 2 : 27 ) Nu begrijpen we dat deze psalm een profetie bevat over de eeuwige heerschappij van de Heere Jezus Christus.

Een nieuwe koning werd niet zonder slag of stoot aanvaard. Het hof was doorspekt van verraad en intriges. Zo ook hier. We lezen over een vreselijke strijd. Opnieuw worden deze woorden een profetie over de weerstand en strijd die de Heere Jezus tijdens het vervullen van Zijn missie hier op aarde ondervinden zou. Je kunt uit deze psalm oplezen dat het om een coupepoging tegen de koning ging. Dat was heel erg, omdat het een koning was, die door de Heere aangesteld was, en bovendien belast met een Goddelijke missie. Godvrezende koningen zoals David en Salomo werden door de profeten van de Heere begeleid bij het uitvoeren van Gods opdrachten. Wanneer wij ons dat realisren beseffen we ook hoe ernstig het was dat men een dergelijke koning van het leven wilde beroven.

De eerste strofe ( vers 1 – 3 ) beschrijft de aan het huis van David vijandig gezinde wereld.

De tweede strofe ( vers 4 – 6 ) beschrijft de Heere die vanaf Zijn zetel over de hele wereld uitziet en de regering vast in handen heeft. 

De derde strofe ( vers 7 – 9 ) schetst ons de koning uit het huis van David die over deze wereld regeert. 

De laatste strofe ( vers 10 – 12 ) roept de hele wereld op om zich aan deze koning te onderwerpen. 

Het is duidelijk dat de troonsbestijging van een nieuwe koning, de overgangsperiode die daarop volgde, en de tijd die nodig was om de touwtjes strak in handen te krijgen aan de vijanden van volk en vorst een goede gelegenheid bood om tegen hem ten strijde te trekken. Het grootste gevaar was dat vele vijanden hun kans waarnamen om het koninkrijk te vernietigen, en te proberen zich onafhankelijk te maken.

De gezalfde waar psalm 2 over spreekt ( de masjiach ) ziet op de nakomeling van David die het aardse,vergankelijke en onvolmaakte koninkrijk herstellen zou. Bovendien zou deze nakomeling zijn volksgenoten eeuwig heil brengen. De Heere Jezus Christus.

Majiach is tevens de Hebreeuwse vertaling voor iedereen die gezalfd is. Het woord is een teken van wijding voor een bijzondere functie in dienst van God en van Zijn volk ( Exodus 29: 7 / 1 Sam. 2: 10 )

Het lijkt niet zo leuk dat de Heere spot met iedereen die zich tegen Zijn wil verzet. We begrijpen deze situatie beter wanneer we ons realiseren dat het erom gaat dat Hij gerechtigheid liefheeft. De woede van de koning is een reactie op het kwaad. De Heere is er zo boos over omdat Hij zo heilig is.

In het Oude Nabije Oosten beschouwde men de nieuwe koning vanaf het moment van zijn troonsbestijging als de adoptiezoon van God. Daarom werden er steeds zeer verheven woorden over hem geschreven. Het koninkrijk van David werd als het koninkrijk van God beschouwd.

In het Nieuwe Testament zien wij een verband met de Heere Jezus en Zijn opstanding uit de doden. Bij Zijn opstanding is Hij als koning van het volk van God gekroond. ( Romeinen 1: 4 / Hand. 2 : 32, 33, 36 / 13: 33 / Hebr. 1 : 5 ) Aan  Hem heeft God de volledige macht over hemel en aarde overgedragen. ( Math. 28: 18 / 1 Kor. 15: 25 – 28 / Filip. 2”9 – 11 )

De Heere beloofde de koning een algehele heerschappij. Niet dat hij over de hele wereld zou regeren, maar de weelderigheid van deze beschrijving was nodig omdat het een weergave was van de uiteindelijke overwinning van de Heere Jezus Christus, wiens rijk geen einde nemen zal.

Wanneer Christus terugkomt, met majesteit en luister, zal Hij niet langer de nederige nodigende Herder zijn. Hij zal de mensen die weigerden om zich aan Zijn heerschappij te onderwerpen met geweld dwingen om dat te doen. ( 1 Kor. 15 : 25, Filip. 2 : 10 – 11 )

In het Oude Oosten werden de handen, voeten en kledingrand van een koning gekust als teken van onderwerping een eer. Wie weigerde wachtte de leeuwenkuil of het zwaard! Zo zal ons het eeuwige oordeel wachten wanneer  wij de liefdevolle nodigende stem van de Heere Jezus in de wind slaan. Heden, als je Zijn stem hoort, verhard je niet, maar laat je leiden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *