Psalmen 121

Psalm 121 

 

Ik hef mijn ogen op naar de bergen. Vanwaar komt mijn hulp? 

Mijn hulp is van de Heere Die hemel en aarde gemaakt heeft. 

HIj zal je voet niet laten wankelen. 

Hij zal niet sluimeren, je wachter. 

Nee, Hij sluimert niet, 

De Wachter van Israël. 

De Heer is je Wachter. 

De Heer is de schaduw aan je rechterhand. 

Overdag kan de zon je niet steken, 

Bij nacht de maan je niet schaden. 

De Heer houdt de wacht

Over je gaan en je komen

Van nu tot in eeuwigheid. 

De meeste verklaarders beschrijven dit psalter als een pelgrimslied. Waarschijnlijk gaat het over een pelgrim die op weg is naar het heiligdom te Jeruzalem. Psalm 121 is eigenlijk een dialoog.  Er is een priester die de pelgrim verzekert van Goddelijke bescherming op zijn weg. 

In de tijd van de Bijbel reisde men meestal te voet. De reisroute liep over ongebaande wegen. De pelgrim had allerlei gevaren te vrezen. Rovers, moordenaars en allerlei ander soort tuig struinden in de bergen rond. Ze hadden het op de bezittingen, en het leven van de pelgrim voorzien. De reizende dichter keek eens om zich heen naar de bergketen die van noord naar zuid dwars door het grondgebied van Israël liep. De bergen waren soms meer dan duizend meter hoog. Zij zagen zo voor het oog misschien schitterend uit, maar de verhalen over struikrovers, moordenaars en wilde dieren die de ronde deden, bezorgden de pelgrim een onrustig gevoel!  Hij voerde zijn offers met zich mee, en soms ook handelwaren en vormde zo een aantrekkelijk doel voor slechterikken.

“ Zal ik mijn ogen opheffen naar het gebergte? Komt daar mijn hulp vandaan? Zou er enig vorst zijn die mij hier beschermen kan? “ dacht de pelgrim bij zichzelf. Maar niemand zou zijn geroep om hulp hier horen. Er zou geen escorte van de Romeinen komen om hem te beschermen. Nog minder een delegatie van het Sanhedrin. Als er een onverwachte aanval kwam dan zou hij hier eenzaam en ellendig omkomen. Maar de pelgrim was een gelovige. Hij kwam en ging met zijn God. De God die hemel en aarde gemaakt heeft, de Elohim!

Toen de pelgrim dat bedacht bedaarde zijn vrees. Zijn gedachten klommen op naar de hemel, waar God is. Hij begon zichzelf verder toe te spreken en moedigde zijn vertrouwen op de Heere aan. Hij die hemel en aarde schiep is almachtig. Hij die de Bewaarder van de Kerk in het algemeen is, heeft Zich ook aan iedere gelovige afzonderlijk verbonden. God Zelf heeft op Zich genomen onze Beschermer te zijn. Gelovigen mogen een appèl doen op dezelfde wijsheid, dezelfde macht en dezelfde beloften. De God van het oneindige is ook de God van het nietige, het onzichtbare. De Leeuw is het Lam, en het Lam is de Leeuw!

De Herder van de kudde is de Herder van elk schaap afzonderlijk. Hij zal ervoor zorgen dat er niet één verloren gaat. Hij is een waakzame Bewaarder, die niet alleen beschermt van wie Hij de Bewaarder is, maar ook verkwikt. Hij is zo dichtbij als de schaduw aan onze hand. Probeer die maar eens kwijt te raken! Dat lukt je nooit.

De rechterhand is de hand waarmee je werkt. Mensen die zich aan hun plicht wijden, zullen merken dat God gereed is hen te helpen en voorspoed te geven. ( Psalm 16 : 8 )

God zal hen dag en nacht bewaren. ( Jesaja 27 : 3 ) Zelfs de dood zal geen schade doen. Het is vooral het geestelijk leven dat God onder Zijn bescherming nemen wil. Een pelgrim zal onder deze bescherming staan wanneer hij van huis weggaat, en wanneer hij terugkeert.

Dit geldt voor zijn hele leven. De Heere zal in hem in leven en dood bewaren, in jeugd, middelbare leeftijd en in de ouderdom. De dood zal voor hem de doorgang zijn tot het eeuwige leven. 

Dat realiseerde de dichter zich ook! Hij riep het vol verrukking uit: “Deze God zal Zijn zorg over mij voortzetten van nu aan tot in eeuwigheid, halelujah! “En zo reisde hij zijn weg met blijdschap.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *