De schepping, hoe ging het verder? ( 2 )

Toen de mens en zijn vrouw God de Heer in de koelte van de avondwind door de tuin van Eden hoorden wandelen, verborgen zij zich tussen de bomen. De transparantie die tussen God en hen een volkomen natuurlijk gegeven was geweest, was verdwenen. Geen sprankeltje blijdschap meer in hun hart. Voortaan zouden zij zich ten opzichte van hun Maker onwaardig en schuldig voelen. Zij gaven toe aan hun impuls om van God weg te vluchten, en verstopten zich tussen de bomen. Wat een treurige omwenteling!

“ Adam, waar ben je?” klonk Gods stem. Er was geen ontkomen mogelijk. “ Ik hoorde Uw stem, en verstopte mijzelf omdat ik bang werd, want ik ben naakt. “ zei Adam stil. Niets over zijn ongehoorzaamheid, geen belijdenis van schuld. Maar God vroeg verder. 

“ Wie heeft je dat gezegd? Heb je van de verboden boom gegeten? “ vorste God. Direct bleek  de waarheid van Zijn vermoeden. “ De vrouw die U gaf, om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven, en ik heb gegeten.”  antwoordde Adam, en passant God de schuld gevend.

“ Waarom heb je dat gedaan? “ ging God – die in een Rechter veranderd was – verder.

Ontwijkend antwoordde Eva op precies dezelfde manier. “  De slang heeft me misleid, en toen heb ik ervan gegeten. “ Geen schaamte, geen schuld. 

“ Vervloekt ben je dat je dit gedaan hebt! “ zei God. Wat een genade, het was alleen de slang.

Adam en Eva zouden veroordeeld worden, maar niet vervloekt. 

“ Voortaan zal het vee je mijden, je zult op je buik gaan en stof eten. Je hele leven lang. Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw. Tussen jouw nageslacht, en dat van haar. Zij verbrijzelen je kop. Jij bijt hen in de hiel.”

Eva`s nageslacht zou bestaan uit nazaten die de innerlijke drang zouden voelen om te strijden tegen de verleidende invloeden van de macht van de zonde, ongehoorzaamheid, en duisternis. Het nageslacht van de slang zou bestaan uit volgers die zijn spel mee zouden spelen, en doen waartoe de slang hen aan zou zetten. Daaruit voortvloeiend zouden moord en doodslag niet meer ophouden.

Dood en verderf? Verwoesting en vloek? Was het einde van de wereld gekomen? Zou God Zijn kunstwerk als een mislukte tekening verfrommelen, verscheuren en vernietigen? Was het met de mens gedaan?

Nee, het was niet voorbij. Eva`s nageslacht zou de satan de kop vermorzelen. Satan zou tot niet meer in staat blijken dan het vermorzelen van de verzenen van de mens. Toch verborg deze uitspraak een duistere dualiteit in zich. Jaren en eeuwen van een strijd op leven en dood hadden een aanvang genomen!

“ Je zwangerschap maak ik tot een zware last. Zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.” De oorspronkelijke harmonische toestand verbrak. De vrouw die als een kostbaar deel van haar man uit zijn rib was geformeerd, zou zich niet langer thuisvoelen op de plaats die God haar toebedacht had. Dualiteit en onenigheid zouden ook de mooiste Paradijsbloem van de Hof, het huwelijk, aantasten.

Resoluut plantte God het zaad daartoe in Adams hart. “ Je hebt naar je vrouw geluisterd. Je at van de door Mij verboden boom.  

Vervloekt is de aarde om wat jij gedaan hebt. Je zult je hele leven lang zwoegen om haar opbrengst te nuttigen. De opschietende gewassen zullen doorweven zijn met doornen en distels. Die zul je genoodzaakt zijn te verwijderen voordat je ook maar iets zult kunnen oogsten.

Zweten zul je voor je dagelijks brood. Dag voor dag en jaar voor jaar. Totdat je terug zult keren tot de aarde waar je uit genomen bent.  Je was stof, en zult opnieuw tot stof worden. ” 

Eeuwig leven? Worden als God? Ze hadden de leugen geloofd.

Gods waarheid hadden ze zomaar verloren laten gaan. 

Adam gaf zijn vrouw de naam van haar roeping. “ Moeder van alle levenden, Eva” zei hij. Daar zat toch iets van hoop in. Van troost, en van verwachting. En zo was het ook!

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *