Op weg naar Pinksteren ( 4 )

Lucas 24 : 33 – 49

“ Brandde ons hart niet in ons, toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften ontsloot?” zeiden Kleopas en zijn vriend tegen elkaar toen de Heere Jezus aan hun blik onttrokken was. Direct dachten ze aan hun elf broeders. Blijdschap en zekerheid gaven hun voeten vleugels! Licht als de wind snelden ze terug naar Jerzuzalem waar ze de elf apostelen nog in rouw en duisternis wisten. “ De Heere is werkelijk opgestaan, het is waar! “ jubelden ze hun vrienden tegemoet. En vernamen hoe ook Simon Petrus Hem had ontmoet! De twee uit Emmaüs vertelden alles wat hen onderweg overkomen was. Hoe de Heere Zich door het breken van het brood aan hen geopenbaard had. En hoe de uitleg van de Schriften als een proces van openbaring geworden was. Wonderlijke wegen van God!

Zoals het vaak gebeurt als broers en zussen van hetzelfde huis iets aan elkaar vertellen over de liefde van Christus, zo gebeurde het ook nu. Jezus Zelf kwam erbij! Daar klonk al de heerlijke boodschap:  “ Vrede zij jullie! “

En, kwam de vrede mee? Helemaal niet.

Totale verbijstering en angst. De leerlingen schreeuwden bijna: “ een spook!” en dachten werkelijk dat ze een geestverschijning zagen.

“ Waarom zijn jullie zo ontzet, en vanwaar die twijfel? “ zei Jezus zacht verwijtend. Direct daarop liet Hij hen de verwondingen van de spijkers in Zijn handen en voeten zien, en daarbij de diepe wond die de speer in Zijn zijde achtergelaten had.

Hoe dichtbij kwam de Heere! “ Ik ben het Zelf! Raak Mij maar aan, en kijk goed want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.” Het opstandingslichaam van de Heere Jezus was veranderd, en in staat om een afgesloten vertrek binnen te gaan. Maar het bleef daarbij een lichaam dat aangeraakt kon worden, en voedsel tot Zich nemen kon.

Stomverbaasd, intens blij, staarden de leerlingen hun dierbare Meester aan en deden – niets.

“ Hebben jullie iets voor Mij te eten? “ drong de Heere Jezus aan. En ja, toen kwam er beweging. Ze gaven Hem een stuk geroosterde vis. Jezus nam het aan en at de vis voor hun ogen op. Direct daarop begon Hij opnieuw de profeten te verklaren: “ Alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat moest in vervulling gaan. De drie delen waaruit het hele Oude Testament bestaat waren de voorzegging van Mijn bitter lijden en sterven, maar ook van Mijn opstanding” . En direct daarop opende Jezus het verstand van Zijn leerlingen zodat ze alles begrepen. Het lijden en sterven, en de opstanding op de derde dag. Dat in Zijn Naam alle volken opgeroepen zouden worden om tot bekering te komen, opdat hun zonden vergeven zouden worden. Alle volken!

Daarover had de profeet Jesaja gesproken. ( Jes. 2: 3/ 42: 6/ 49: 6 51: 4-5 ) En Paulus had het bevestigd in zijn brief aan de Romeinen ( Rom. 15: 8 – 13 )

“ Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen “ zo besloot de Heere Jezus. “ Het zal beginnen te Jeruzalem en Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van Mijn Vader wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zullen zijn bekleed.”De belofte van de komst van de Heilige Geest! Die de leerlingen alles opnieuw indachtig zou maken. Op zodanige wijze dat hun getuigenis duizenden zou trekken tot Gods wonderbaarlijke licht!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *