Op weg naar Pinksteren ( 2 )

 

 

De andere vrouwen ( Math. 28: 8 – 10 )

Het is niet te zeggen hoe groot de chaos tijdens de veroordeling en kruisiging van de Heere Jezus was. Wilde scenario`s volgden elkaar in rap tempo op. Soldaten, stokken, zwaarden. Zweepslagen, bloed. Hamerslagen, spot en haat overal. Petrus` verraad en  tranen van berouw zouden tot herstel en vernieuwing leiden, terwijl Judas` wanhoop hem tot zelfmoord aanzette. Toen Jezus uiteindelijk voor Pilatus verscheen en deze in de hachelijke positie gedwongen werd om de verantwoording voor de veroordeling van een onschuldige te dragen, zagen Zijn trouwe volgelingen dit met groot verdriet aan. Vol afgrijzen zagen de vrouwen uit Galilea samen met Josef van Arimathea hoe de soldaten in tragische dwaasheid de Heere Jezus bespotten en kwelden. ( Math. 27: 27 – 31 ) Toch, in alle tekenen die plaatsvonden zagen zij bevestigd hoe God de Vader Zijn Zoon goedgezind en toegedaan was. Met Josef van Arimathea hebben ze na de grafleggingging de zware steen voor het graf gerold.

De sabbat verliep in treurend wachten op een nieuwe dageraad die hun gedwongen nietsdoen zou beëindigen en hen weer de vrije toegang tot het graf zou verschaffen. Op die plek zouden ze misschien beter kunnen rouwen dan thuis. Ze zouden hun Meester niet zien, maar wel de plaats, en de steen waarachter Hij opgebaard lag.

De contouren van de rots waarbinnen ze het lichaam van hun Meester wisten, doken uit de morgenschemering op. Plotseling begon de aarde hevig te beven! Een engel van de Heere daalde uit de hemel neer. Rustig liep hij op het graf toe, rolde de steen weg om vervolgens daarop plaats te nemen.  Zijn verschijning was er één van puurheid en ontzagwekkend licht. Hij had een hoedanigheid als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw.

Vol ontzetting zag Pilatus` bewaking het aan! Als doden stortten zij op de grond, trillend van angst. De engel keurde hen geen blik waardig maar richtte zich tot de vrouwen. Wonderlijk contrast! Zij vielen niet neer als doden!

De engel noemde de woorden die elke heraut van God steeds als eerste tot kinderen van God richt: “ Wees niet bang! Ik weet dat jullie Jezus zoeken, de Gekruisigde. Hij is hier niet, jullie weten toch dat Hij is opgestaan? Hij heeft het gezegd! Kijk, zie, de plaats waar Hij lag!”

Een lege plaats! Sprekend van beloofd leven. Want de engel vervolgde: “ ga nu snel naar Zijn leerlingen en zeg hun dat Hij is opgestaan en voorgaat naar Galilea, waar zij Hem zullen zien.” Dit is mijn boodschap aan jullie, de reden van mijn komst!”

Ongelooflijke opwinding en blijdschap hadden in een flits rouw en droefheid omgekeerd. Ze wilden direct op weg gaan om het nieuws aan de leerlingen te vertellen.

Onderweg gebeurde het. Jezus kwam Zelf! Vriendelijk ontmoette Zijn hartelijke groet hun geslagen harten. Eerbiedig grepen ze Zijn voeten, bewezen Hem eer. Hun hart vloeide uit van verwondering en aanbidding. Geen woorden in dit weerzien, alleen maar aanbidding. Zo kwam Christus altijd in hun hart, zo ook nu. Zo komt Hij ook bij ons!

“ Wees niet bang! “ herhaalde de Meester de verzekering van de engel. Vervolgens kwam opnieuw de opdracht voor de leerlingen. Geen woord van verwijt, alleen maar liefde en een hartelijk verlangen om hen terug te zien. Wat een God.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *