na Pinksteren ( 4 )

De weg na Pinksteren

Petrus zweeg. Zijn vurige rede maakte een verpletterende indruk!

“ Wat moeten wij doen, mannen broeders?” vroegen de mensen. “ Keer u af van uw huidige leven, en laat u dopen.” antwoordde Petrus resoluut. Hoewel de kruisiging en dood van de Heere Jezus niet ongedaan te maken waren, was niet alle hoop verloren. De doop is de publieke en openlijke bevestiging van berouw, en van belijdenis van het geloof in Jezus Christus. Terwijl de dopeling onderging en opkwam uit het water werd de heilige Naam van de Heere Jezus aangeroepen, en Zijn gezag erkend.

Mensen die de Messias gedood hadden, keerden zich nu tot Hem. Hardop spraken ze een diep berouw over hun daden uit. Totaal veranderd van instelling wisten ze niet meer hoe ze met hun leven verder moesten.

“ De Heilige Geest zal u en uw kinderen gegeven worden. U komt de belofte toe, evenals uw kinderen. Ja, Hij komt! Voor allen die ver weg en dichtbij zijn, en door God Zelf geroepen worden.”

Petrus was zich diep bewust van het feit dat de Heere een schifting onder Israël aanbracht. Petrus, nog diep onder de indruk van de genade die de Heere Jezus hem aan de oevers van het meer van Galilea geschonken had. ( Johannes 21: 15 – 19 ) Zoals hij zelf opnieuw in zijn roeping bevestigd was, wilde hij de mensen naar een goed begin terugleiden.  De Heere Jezus zou er Zelf voor zorgen dat er mensen met de Heilige Geest en met vuur gedoopt zouden worden. ( Math. 3: 11 ) Petrus` woorden stroomden over de hoofden van de toehoorders heen, zij waren als een frisse regenbui voor dorstige aarde. Hoe lang was het geleden dat de menigte werkelijk geleid was? Waren de laatste tijden niet berstensvol conflicten geweest? Waren ze allen niet diep verdeeld geraakt vanwege Jezus van Nazareth?

Als in een flits zagen de mensen de Heere Jezus weer hangen aan het kruis. De woorden die Hij nog gesproken had stonden in schril contrast tot hun felle, bittere spot en hoon. De intens hatelijke uitroepen, en felle beschuldigingen resoneerden plotseling in hun oren. ( Joh. 19: 26, 28, 30/ Marcus 15: 27- 31, 34, 35, 36 / Math. 26: 66, 67, 68/ Math. 27: 12, 22, 25, 40-43, 47, 49/ Lucas 23: 2, 3, 10, 18, 23,34, 35, 37, 39, 46) Hoe was het mogelijk dat zij Hem zo diep en hevig gehaat hadden? Petrus woorden velden hun harten met dodelijke pijlen van overtuiging. Wat zij niet in de gaten hadden bleek nu zonneklaar: Ze hadden de Messias verworpen.

In de daaropvolgende ogenblikken legden Petrus en de andere apostelen overal in de menigte getuigenissen af. ( Hand. 2: 40 ) Dringende woorden, alsof het leven ervan afhing. En zo was het ook! “ Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht! “ drongen zij aan. Zij doelden op de velen die het Woord gehoord hadden maar er niets mee gedaan hadden.

God is de Rotssteen, Zijn werk is volkomen! Al Zijn wegen zijn gericht. Rechtvaardig en recht is Hij! ( Deuter. 32: 4 ) Dat had Mozes al voorzegd.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *