Micha ( 9 )

Micha 5: 8 – 14

“ De kreupelen zal ik sparen en van de verdrevenen maak Ik een groot volk “ beloofde de Heere door de mond van de profeet Micha. De Israëlieten leefden met z`n allen temidden van een donkere tijd vol oordelen. ( 4: 7 ) Maar de ogen van de Heere bleven vol liefde en goedheid gevestigd op de mensen die ondanks alles trouw bleven aan hun dienst voor God. 

Het waren mensen op wie Hij de Heilige Geest uit zou storten ( Joeĺ 2: 32 ). Zij zouden door genade als dauw worden in het midden van de volken en het geestelijk Israël vormen, dat voorbestemd was om het zout der aarde te zijn. Dit Israël zou niet meer bij elkaar wonen, maar overal over de aarde verspreid worden. Zoals zaad door de zaaier met ruime armbewegingen over het land uitgestrooid werd, en overal terecht kwam, zo zouden Gods kinderen tijdens de diaspora uitgestrooid worden. Met Goddelijke kiemkracht begenadigd, zouden ze echter overal wortels slaan, opschieten, en vruchten  van geloof en bekering, en goede werken dragen.

Het hart van Gods kinderen zou op Zijn genade alleen vertrouwen, en ze zouden niet meer zijn dan wat de dagelijkse genade van Jahweh van hen maken zou. Al die kinderen van God bij elkaar zouden talrijker zijn als de druppels dauw op een zomermorgen, helder en zuiver. Zij zouden een zegen zijn voor hen onder wie zij woonden. Zoals de dauw en de regenbuien het gras groen en fris maken. Zij zouden zachtmoedig en mild zijn in hun gedrag, zoals hun Meester ( psalm 72: 6 ). Aan de andere kant zouden zij stoutmoedig worden als een leeuw in het getuigen tegen het verderf van de tijd. Bezield met leeuwenmoed om hun geestelijke vijanden te weerstaan, en te overwinnen.

Door de leiding van God zouden zij zo`n veiligheid genieten dat zij hun vertrouwen niet op mensen hoefden te stellen. Micha maakte korte metten met de paarden en strijdwagens van Israël. Alles waar zij hun vertrouwen op gevestigd hadden zou vernietigd worden. Waarom? Omdat zij daar meer op vertrouwden dan op God. Dit gegeven maakte van op zichzelf goede zaken afgoden. Daar moest Jaweh niets van hebben! Strijdmacht, occulte praktijken, tovenarij en waarzegging waren in die tijd aan de orde van de dag. “ Weg ermee! “ riep Micha verontwaardigd uit!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *