Micha ( 12 )

Micha 7

Het ging niet zo goed met de profeet Micha. Nadat hij zijn onheilsprofetieën over het volk van Israël uitgesproken had lette hij gespannen op of de mensen zijn waarschuwingen ter harte zouden nemen.Het effect van zijn woorden liet echter op zich wachten. Tot Micha`s grote teleurstelling leek het er op dat niemand interesse in zijn woorden had. Een treurig gevoel bekroop hem.

“ Ongelukkige die ik ben”. mompelde hij. “ Mijn hooggespannen verwachting lijkt nergens op uit te lopen”. Het zag er inderdaad niet al te best uit. Geen applaudisserend publiek. Het leek er eerder op dat zijn toehoorders voor hem op de vlucht geslagen waren! “ Het lijkt wel alsof ik met een late oogst te maken heb. Geen volle druiventros meer te bekennen. Alle trouwe mensen zijn uit het land verdwenen. Niemand is nog rechtschapen en iedereen is op bloed belust. Iedereen haalt kwaad uit! Voor een goede daad eisen leiders en rechters betaling, bovendien zijn ze zo corrupt als wat”. klaagde Micha teleurgesteld.

Deze teleurstelling ging dieper dan een persoonlijk falen. Het ging Micha om de afwijzing van het Woord van God!

In naam van de kerk betreurde de profeet het verval van de godsdienst in de tijd waarin hij leefde. Zelfs onder hen die het volk van Jaweh waren leken zich geen goedertieren en barmhartige mensen meer te bevinden. Hoogstwaarschijnlijk heeft Micha deze woorden geuit tijdens de regering van de goddeloze koning Achaz. Maar het kan ook zijn dat hij tijdens het begin van de regering van koning Hizkia zo bedroefd was. Hizkia had zijn best gedaan om de afgodendienst op te ruimen. Helaas was dit hem niet gelukt. En de gevoelige profeet beklaagde zichzelf dat hij in een ontaarde tijd leefde, onder een volk dat het oordeel van de Heere over zich afriep. Niemand leek ook maar het minst geïnteresseerd in de eigen karakterontwikkeling. Niemand leek bezorgd om het heil van zijn ziel.

Zelfs de eerlijkste mensen hadden het erbij laten zitten, ze waren zo vals en gemeen als alsem en stekeliger dan de stekels van een doornstruik geworden.

Het zou niet best aflopen met die valse lieden. Binnen afzienbare tijd zou Jahweh hen gruwelijk straffen. Dan zouden de woorden van alle profeten in vervulling gaan. 

De gedesillusioneerde Micha zei: “ vertrouw geen andere mensen meer. Wees voorzichtig met wat je zegt, zelfs tegen je eigen vrouw! In deze tijd kunnen familieleden je vijanden zijn. Zonen hebben geen respect meer voor hun vader, dochters verzetten zich tegen hun moeder, en schoondochters verachten hun schoonmoeder”.

Het lijken apocalyptische woorden. Micha kenschetste  een verdorven maatschappij vlak voor het oordeel. Hij duidde hiermee aan wat een paradoxaal effect zijn arbeid had.

Toch hinderde het Micha niet om zelf ruimhartig te blijven geloven. “ Maar ik, ik blijf uitzien naar de Heere. Ik blijf hopen op de God Die mij redding brengen zal. Hij zal mij helpen, want Hij is mijn God! “ riep hij vanuit zijn geprangde gemoed. Zijn bittere klacht steeg pijlsnel op naar de hemel!

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *