Lydia de purperverkoopster

De apostel Paulus had een onrustige nacht gehad. De Heere was in een visioen aan hem verschenen. Een nieuwe opdracht diende zich aan. Aan de overkant van de Middellandse Zee stond een man. Helemaal vanuit Macedonië riep deze: “ Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp! “

 

Geen twijfel mogelijk,  God Zelf vaardigde een nieuwe opdracht uit. Stande pede wilde iedereen vertrekken. Er viel maar één conclusie te trekken : de Heere riep hen om de mensen in Macedonië het Evangelie te verkondigen!

Vanuit Troas reisde het gezelschap naar Samotrake, een dag later naar Neapolis, een havenstad die speciaal voor de handel was aangelegd. Hier werd vanuit de goudmijnen in de omtrek goud geëxporteerd. Met de gedolven goudschatten financierde het Romeinse rijk een groot deel van zijn exorbitante luxe. Paulus, Silas en Timoteüs hadden daar echter geen boodschap aan! De schat van het Evangelie was veel belangrijker. Zo snel mogelijk reisden ze verder naar Filippi- een stad waar lang voor de geboorte van Christus een groot amfitheater was dat gebruikt werd voor gladiatorengevechten, jachtpartijen en gevechten met wilde dieren. Filippi werd genoemd naar koning Filippus van Macedonië, de vader van de beroemde Alexander de Grote die een groot deel van de wereld veroverde. In de Byzantijnse periode bevonden zich veel kerken in Filippi, zelfs de alleroudste van Griekenland. Een synagoge was er echter niet! De in Filippi wonende Joden moesten hun godsdienstige rituelen op een andere plaats uitvoeren. Gezien de vele wassingen die deel uitmaakten van hun godsdienstige verplichtingen kon het niet anders, of hun gebedsplaats moest zich in de buurt van de rivier bevinden.

De stad Filippi werd volgens het Romeinse recht bestuurd. Een veilige plaats voor Paulus met zijn Romeinse staatsburgerschap zou je denken. Niets is minder waar zal blijken! Vervolging wachtte de trouwe dienaren van de Heere Jezus. Het zou Paulus later doen zeggen: “ Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van dáár verwachten wij onze Redder, de Heere Jezus Christus. “ ( Filip. 3: 20 )

De Romeinse bezetting had ertoe bijgedragen dat een groot aantal officieren zich met hun gezin in Filippi gevestigd hadden. Omdat veel Romeinse veteranen na hun pensionering een stuk grond toegewezen kregen, werd deze van oorsprong Griekse kolonie steeds meer een Romeinse nederzetting. De Romeinse officieren gingen er prat op dat zij het Romeinse burgerrecht bezaten! Het waren vaak echte pochers die aan alle kanten het “ons politeuma is vastgelegd in Rome “ uitstraalden. Dat was ook aan hun dure kostuums te zien, rijk versierd met purper.  Purper, een rode verfstof die gewonnen werd uit in zee levende schelpdieren. Dit purper zorgde voor een rijk geschakeerde kleurenmelange die als een teken van rijkdom, smaak en aanzien werd beschouwd. Een prachtig resultaat, echter met een tragische achtergrond. De schelpdieren werden opgedoken door slaven, van wie eeuwen later op de zeebodem nog skeletten gevonden werden.

Het is goed voor te stellen dat Lydia, de purperverkoopster deze stad gekozen had om haar verfstoffen te verkopen.

Toen de dag van de sabbat aanbrak, wandelde het evangelisatieteam van Paulus de richting uit van de rivier. Daar aangekomen zagen ze hun vermoeden bevestigd! Een gezelschap van vrouwen was bijeengekomen. Paulus en zijn medewerkers gingen bij hen zitten en begonnen te spreken. Ze spraken over het grote Goed dat hun hart vervulde: De Heere Jezus Christus en Zijn heerlijk Evangelie.

Lydia wordt door Lucas – de schrijver van het bijbelboek Handelingen – uit het verhaal gelicht. De Bijbel getuigt van haar dat zij God vereerde. Het leven met God is een dynamisch leven, en ieder die Hem vereert wil meer van Hem weten om zo te mogen groeien in het geloofsleven. 

Zo was het ook met Lydia. De Heere opende haar hart voor de woorden van Paulus. De Geest en het Woord werken samen!

Vervolgens doopte Paulus deze nieuwe discipelin, gehoorzaam aan de opdracht van de Heere Jezus uit Math. 28: “ Ga op weg en maak alle volken tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb.”

De Heere maakt waar wat Hij belooft. De profetie van de Heere Jezus ging in vervulling:  “ En ziet, Ik ben met U alle dagen  “  Hij zou ervoor zorgen dat het Zijn dienstknechten aan niets zou ontbreken. De mannen werden hartelijk uitgenodigd in de woning van Lydia.

“ Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heere geloof, neem dan bij mij uw intrek! “ verzocht Lydia het gezelschap dringend. En zo gebeurde het.

De vermoeide reizigers vonden ongetwijfeld een uitstekend onderdak bij deze dochter van de Spreukendichter. ( Spreuken 31 : 10 – 31 )  


 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *