Kinderen in de Bijbel ( 3 )

Mozes, het kind dat niet mocht leven.  Exodus 2 .

Toen Josef twintig jaar in Egypte woonde, kwam er hongersnood in zijn geboorteland. Door het voorspoedig regentschap van de slaaf die onderkoning geworden was, bleef Egypte van de gevolgen van deze zware tijd gevrijwaard. Egypte`s opslagplaatsen boden niet alleen hulp aan de eigen bevolking, maar ook aan de landen die in de verre omtrek daaromheen lagen.

Vader Jacob was met zijn zonen en gezinnen naar Egypte geëmigreerd. Met zeventig nakomelingen bleven ze door Gods goedheid van de hongerdood gevrijwaard. De Heere God zegende Jacob`s nageslacht met vruchtbaarheid. Er werden Israëlieten geboren die zich overal in Egypte vestigden. Op een gegeven ogenblik  besteeg een nieuwe farao de koninklijke troon. Hij wist niets over Jozef, diens roem was alweer vergeten! De pas gekroonde farao bekeek het welig tierende nakomelingschap van Jacob bezorgd aan. Hij zei tegen zijn mensen: ‘ Er worden veel te veel Israëlieten geboren. Ze zijn sterker dan wij. We moeten verstandig zijn en zorgen dat het een beetje binnen de perken blijft met die mensen. Stel dat er oorlog komt. Dan vechten ze misschien met onze vijanden mee, en daarna zouden ze met een rijke buit ons land kunnen ontvluchten. Laten we verstandig zijn, en een plan bedenken dat dit gevaar voorkomt! ‘

Zo gezegd, zo gedaan. Een uiterst gemeen plan moest de positie van Jacob`s nageslacht veranderen.

Nu werden de Israëlieten tot het verrichten van dwangarbeid gedwongen. Er moesten twee steden gebouwd worden: Pithom en Raämses. De farao wilde van deze plaatsen een opslagplaats voor zijn voorraden maken. Er werden bewakers aangesteld die de mensen als slaven behandelden. ‘ Oversten der schattingen ‘ noemt de Statenvertaling hen. Zij inden de zware belastingen die hen van overheidswege opgelegd werden. Ze maakten het leven bitter en moeilijk. 

Maar hoe hard de Israëlieten ook moesten sloven, er werden toch steeds meer kinderen geboren. Tenslotte was er zo`n menigte Israëlieten dat de Egyptenaren een enorme hekel aan hen kregen! De farao wist er geen betere remedie tegen te bedenken, dan steeds opnieuw aan taakverzwaring te doen. Hij liet de Israëlieten stenen van klei bakken. Elke dag wachtte hen loodzware landarbeid. Hun status veranderde. Ze werden als slaven behandeld. Bovendien werden ze geschopt en geslagen. Uiteindelijk waren ze nog minder goed af dan het vee.

De farao was rusteloos in de weer om het volk van Israël te elimineren. Geen plan was hem te gek. Op een dag liet hij de Israëlitische vroedvrouwen Sifra en Pua bij zich komen. Hij vaardigde een afgrijselijk bevel uit. ‘ Als een Israëlitische vrouw een kind krijgt, let dan goed op. Dood het kind wanneer het een jongen is. Een meisje mag in leven blijven’. zei hij.

De vroedvrouwen waren totaal niet onder de indruk van de farao. Nog minder van zijn goddeloos bevel. Ze hadden eerbied voor Jaweh en daarom ook voor het leven. Zij weigerden de jongetjes te doden.

Op een gegeven ogenblik werden ze opnieuw bij de farao ontboden. “ Waarom weigeren jullie mijn opdracht uit te voeren en houden jullie de jongensbaby`s in leven?’ vorste hij. Daar hadden de dappere vroedvrouwen een reden voor bedacht. ‘ De Israëlitische vrouwen zijn totaal anders dan u gewend bent, farao. ‘ antwoordden ze. ‘ Ze zijn onvoorstelbaar sterk en baren hun kind al voordat wij er bij zijn. ‘ 

Tegen deze redenatie was niets in te brengen, niemand was ooggetuige van een bevalling.  Zo bleef het volk van Israël onverminderd in aantal toenemen. De Heere beloonde de houding van de vroedvrouwen met Zijn zegen, zodat ze zelf ook kinderen kregen.

De farao zocht intensief naar een  andere oplossing. Hij sprak nu zijn hele volk aan en zei: “ Alle pasgeboren jongens van de Israëlieten moeten zonder pardon in de rivier de Nijl geworpen worden. Meisjes mogen in leven blijven.’

En zo gebeurde het. Wat een leed en verdriet, angst en zorgen moesten de Israëlieten nu verduren. Het rijke Egyptische land veranderde voor hen in een afschuwwekkende plaats. Een moordkuil! Daar had de Heere Zijn bedoeling mee. Niet Egypte was het beloofde land, maar Kanaän! 

De Heere verloor Zijn verdrukte volk geen ogenblik  uit het oog. Integendeel, Hij voerde Zijn Plan uit, dwars door lijden en vervolging heen.  Mozes zou geboren worden, en als een type van Christus zijn. Lang voor het Goddelijk Kind kwam liet de Heere in de praktijk van het leven Zijn plan aan het Licht komen. ( wordt vervolgd )

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *