Kinderen in de Bijbel ( 2 )

Isaak, het kind dat zich liet offeren.

De Heere God stelt het geloof en vertrouwen van Zijn kinderen soms op de proef. Hij doet dat niet om kwaad te doen,  dat is het werk van de satan. God doet dat om ons geloof te louteren, beter te maken, en sterker. ( Exodus 20: 20 / Deut. 8: 2 / Hebr. 11: 17 – 19 / Jakobus 2: 21 )

Om deze reden riep God op een dag : “ Abraham!”

“ Ik luister “  antwoordde Abraham die zich als vreemdeling in het land van de Filistijnen gevestigd had. Hij had er een tamarisk geplant , en  de naam van de Heere, de Enige God aangeroepen. Waarschijnlijk dacht hij dat de stormen in zijn leven geluwd waren, maar dat was niet zo. Integendeel, Abraham zou in een beproeving geleid worden, die dieper zou zijn dan alle voorafgaande beproevingen in zijn leven!

“ Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houd, Isaak. Neem het met je mee en ga op weg naar het gebied waar de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een plek die Ik je wijzen zal”  gebood Jaweh.

Isaak, de drager van de beloften van God! ( Gen. 21: 12 / 25: 1 – 6 )  Hij moest gedood worden. Abrahams gehoorzaamheid en trouw werden tot het uiterste op de proef gesteld. Alles moest exact op de plaats gebeuren waar later de tempel van Jeruzalem gebouwd zou worden. Een bijzonder profetische handeling wachtte hem. Op de plaats waar  God de Vader Zijn Zoon zou geven, moest Abraham zijn zoon aan de dood prijsgeven.

Hoewel het offeren van eerstgeborenen bij bepaalde volken in de omgeving een gebruik was ( 2 Kon. 16: 3 / 17: 17 / 21: 6 / Micha 6: 7 / Jeremia 7: 31 – 32 ) keurde de Heere mensenoffers af. Abraham begreep er niets van! Hij wist niet dat de Heere Zijn genade wilde openbaren. Het cruciale besluit was om opnieuw blindelingse gehoorzaamheid aan de wil van God  te tonen.

Abraham liet er geen gras over groeien. De volgende morgen stond hij vroeg op. Hij zadelde zijn ezel en nam twee van zijn knechten met zich mee. Isaak was er ook bij. Hij hakte hout voor het offer, en ging op weg naar de plaats waarover God gesproken had. Uit niets bleek de gruwelijke daad die Abraham en Isaak wachtte.

De kleine karavaan trok weg. Ze trokken ongestoord door het Filistijnse land. Op de derde dag zag Abraham vanuit de verte het silhouet van het gebergte opdoemen.

Zoals eens Christus Zijn leerlingen achterliet in de hof van Getsémané, liet Abraham nu zijn knechten alleen. Hij trok vastbesloten verder, en nam Isaak met zich mee. 

Gehoorzaam volgde het kind zijn vader. Vol vertrouwen droeg het het hout voor het offer. Zijn vader had het zelf op zijn schouders gelegd. Abraham nam het vuur en het mes met zich mee. Zo trokken ze de bergen in. Zonder enige opwinding of wanorde gehoorzaamde Abraham het bevel van God tot in het kleinste detail.

“ Abba! “ klonk de stem van het kind door de ijle berglucht. 

“ Wat wil je mij zeggen, mijn jongen? “  antwoordde Abraham. 

“ Waar is het lam voor het brandoffer eigenlijk? “ Zonder hapering zei Abraham: “ Daar zal God Zelf voor zorgen Isaak. “ Samen liepen ze verder, al hoger en hoger. Uiteindelijk waren ze er. Dit was de plaats die Jahweh precies beschreven had. Stil bouwde Abraham het altaar, schikte het hout erop, nam zijn kind en legde het op het altaar. Hij hief het mes omhoog om zijn zoon te slachten. 

Plotseling klonk een stem uit de hemel. “ Abraham, Abraham! “ “ Ik luister “  antwoordde de vriend van God. Zoals hij altijd geluisterd had, hoorde hij opnieuw. 

“ Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Nu weet ik dat je ontzag voor Mij hebt. Je hebt Mij je enige zoon niet willen onthouden! “ De echo van deze profetische situatie zou de eeuwen door galmen en zijn weerklank vinden in Hebr. 11 : 17 – 19 / Jakobus 2: 21, 22 en Romeinen 8: 32 ) Een bewijs van de nauwgezetheid waarmee de Heere al onze overwegingen, gedachten en besluiten kent en ziet. Hij weet ze precies op waarde te schatten, en vergist Zich nooit!

Toen Abraham opkeek zag hij een ram dat met zijn horens in de struiken verward geraakt was. Hij pakte het dier, en offerde het in de plaats van zijn zoon. En Abraham noemde de naam van die plaats: ‘ De Heere zal voorzien. “

Zo zou het blijken te zijn! Eeuwen later zou op deze plek de tempel van Jeruzalem verrijzen.

Weer sprak de engel van de Heere vanuit de hemel. Hij zei: “ Ik zweer bij Mijzelf dat ik je om deze daad van gehoorzaamheid rijkelijk zegenen zal. Ik zal je zoveel nakomelingen geven, als er sterren aan de hemel zijn, en zandkorrels op het strand liggen. Je nakomelingen zullen de steden van je vijanden in hun bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij. Want jij hebt naar Mij geluisterd!

Dat was nogal wat! De stadspoorten die Abraham in zijn bezit zou krijgen waren de plaatsen waar de juridische en politieke beslissingen genomen werden. (Ruth 4: 1 / 2 Sam. 15: 2 ) Het zou een bijzonder rijke zegen blijken te zijn die iedereen graag van hem over zou willen nemen!

Rustig ging Abraham naar zijn knechten terug . We lezen niet van een overwinningslied zoals bij Lamech( Gen 4: 23, 24 ) . Abraham had genoeg aan de goedkeuring van Zijn Goddelijke Vriend. Samen trokken ze naar Berseba, waar Abraham, Sarai en Isaak zich settelden. Hun hart vol blijdschap om Jaweh`s verzekering van liefde en trouw. 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *