Ik zal er zijn

Ik zal er zijn.

 

De waargebeurde levensgeschiedenis van een vrouw van 36 jaar.

Vanaf mijn tienerjaren heeft de Heere mij gezegend met een geweten. Ik was mij altijd bewust van zijn toorn en afschuw over mijn zonden. Dat besef zorgde ervoor dat ik in mijn tienerjaren mijn make-up en muziek wegdeed. Ik bezat bergen cassettebandjes met popmuziek, Michael Jackson was mijn favoriet! Maar omdat ik anders wilde worden ging ik op zoek naar christelijke muziek. Mijn ouders waren leden van de Gereformeerde Gemeente. Bij ons thuis werd vaak over God gesproken, mijn ouders waren kerkvast, maar wij als kinderen mochten  verder kijken dan dat. Toen ik belijdenis deed was ik 19 jaar en wilde heel graag Gods kind zijn. Belijdenis doen, dat was iets tussen God en mij. Ja, de gemeente hoorde daar ook bij. Ik deed belijdenis in Zoetermeer en kreeg als Bijbeltekst mee: “ Strijd om in te gaan door de enge poort.”

Ik ervaarde een grote blijdschap in mijn hart dat ik belijdenis van mijn geloof mocht afleggen, maar de preek was nogal deprimerend. De predikant had het bijna niet over de 13 catechisanten, maar over de velen die géén belijdenis deden. Ik stond daar voor in de kerk omdat ik wilde dat de Heere God mijn Koning was en ik zijn dienstmaagd wilde zijn. Ook al wist  ik niet hoe dat in zijn werk zou moeten gaan. Er was niemand die mij daarover iets meer kon vertellen, mijn ouders wisten zelf óók niet hoe het was. Ik was verzorgende IG Dan ben je een ziekenverzorgende die technische handelingen ten bate van de patiënten uit mag voeren. Na het behalen van mijn diploma ging ik als au pair naar Amerika en kwam terecht in Connedicut vlak bij New York. De volledige zorg voor 4 kinderen uit een Joods gezin kwam voor mijn rekening.Het waren mooiweer Joden, wel erg trots op hun afkomst, maar nauwelijks praktiserend in hun geloofsleven. De vader was een verzekeringsagent. Ik bracht de kinderen overal heen, naar school en naar hun sportclub. Ik maakte deel uit van het gezin en leerde de Engelse taal, en ontdekte tegelijkertijd hoe moeilijk opvoeden is. Vóór mijn komst wist ik dat er op afstand van anderhalf uur rijden  een kerk moest zijn, een Ger. Gem. Net in the States aangekomen bezocht ik de Presbyterian Church, maar toen daar op dierendag de dieren gezegend werden begreep ik dat dit niet echt de kerk was waar ik mijzelf thuis zou voelen. Ik kreeg een auto tot mijn beschikking en ging op zoek naar de Ger Gem, en vond die uiteindelijk toen de dominee halfverwege zijn preek was. Na de dienst nodigden twee leden van de gemeente mij hartelijke uit voor de koffie en de lunch. Daarna vertrok ik weer naar huis. De volgende zondag haalden mensen vanuit de gemeente mij op, zodat ik niet opnieuw verkeerd zou kunnen rijden. Ze reden een uur heen en een uur terug en dat allemaal voor mij!. Daar zag ik de leiding en liefde van God in. Zijn wil om mij te helpen om onder Zijn Woord te blijven. In Amerika heb ik voor het eerst de kracht van de gemeenteleden en de liefde van God ervaren. Hoe geweldig het is dat mensen hun huis voor je openstellen. Gerda en Donald- mijn gastouders –  werden een soort tweede vader en moeder. Ik was er altijd welkom, en sliep er bijna elk weekend. Samen hadden we het heel vaak over de Heere en over Zijn liefde. Zij waren reuze eerlijk en vertelden dat hun leven niet perfect was. Hun oudste zoon was aan de drugs, dat was een groot kruis voor hen.

Na een jaar au-pairen reisde ik terug naar Nederland. Veranderd. Ik was gegroeid, waardeerde mijn ouders meer en was een stukje dwaasheid van de jeugd kwijtgeraakt. Dat was bevrijdend. Ik schreef mij voor een nieuwe opleiding als verpleegkundige in, maar dat verliep niet zonder slag of stoot en na wat heen en weer switchen ben ik kraamverpleegkundige geworden. Ik deed mijn best om alles wat zich aan levenskeuzes voordeed aan de Heere te vragen, wetend dat Hij dat wilde.

Een jaar later ontmoette ik Peter. Mijn moeder en ik waren voor een korte vakantie in Zeeland. Peter was leidinggevende in het hotel waar wij logeerden en hij bediende ons. Ik bestelde een drankje bij hem en van het een kwam het ander. We wisselden adressen uit. Ik was christelijk en vertelde hem daarover. Voor Peter was dat nieuw, hij ging niet naar de kerk, hoewel hij christelijk opgevoed was. Ik was verliefd, en dacht: “we zien het wel.Laat ik gewoon heel duidelijk zijn in wie ik zelf ben.”  We begonnen te daten en ik vertelde veel over God. Peter reageerde daar open op en wilde zelfs mee naar de kerk. Hij zei: “Het moet anders in mijn leven, ik hoop dat je mij daarbij wilt helpen”. We belden elke dag met elkaar en lazen dan via de telefoon de Bijbel, we baden zelfs samen op deze manier. Peter ging mee naar de kerk. Het werd steeds serieuzer en we praatten over de preek. Peter wilde belijdenis van zijn geloof afleggen. En we wilden trouwen. Ik heb aan de Heere gevraagd: “ Heere God is dit goed, is dit Uw bedoeling? “ Ik kreeg geen briefje en ook geen tekst als antwoord terug. Ik las echter ook nergens in de Bijbel dat ik niet mocht trouwen, en zo trouwden we.

Ons huwelijksleven verliep anders dan ik had verwacht. Mijn geloof werd steeds dieper. Mijn besef van sterfelijkheid en verantwoording groeide bij de komst van onze kids. Maar Peter bleef stilstaan in zijn geloofsleven.We praatten niet veel met elkaar, hij deed mijn pogingen om samen over geloofservaringen te spreken  af met : “Ja schat, fijn voor jou.” Het zei hem niet zoveel. Hij vond bekering iets voor oude mensen. We zijn nu elf jaar getrouwd en hij begrijpt dat het praten over geestelijke zaken mij soms gemakkelijker afgaat met een gelijkgestemd iemand dan met hem.

Ik zou nu  tegen een meisje of jongen die aan het begin van een dergelijke weg staat als advies geven:  “ Niet doen! Er niet aan beginnen! “ Maar ik weet tegelijk dat ik zelf opnieuw voor hem zou kiezen. Je hebt elkaar een belofte van trouw gegeven.

Je gaat deze zomer een Vakantie Bijbel Club leiden.Wat betekent evangelisatie voor jou?

Het is voor mij de belangrijke bevrijdende boodschap naar de mensen brengen:  “ Er is een reden voor ons mensen dat wij op deze wereld zijn. het is méér dan het zoeken naar jezelf, en kracht in jezelf vinden. Dat schiet totaal niet op!  De eenvoudigste manier om mensen te bereiken dat is via hun kinderen.Veel buitenkerkelijke mensen die ik spreek hebben nog een herinnering aan een kinderclub die zij ooit bezochten. Volwasssenen hebben veel regels, kinderen hebben dat niet. Daarom is voor mij een Kids Club de ultieme kans om evangelisatiewerk te doen.

Ik heb geen verwachting van de organisatie van de kinderclub of van mijzelf. Maar ik heb een rustig geloof dat God Zijn leiding zal geven en Hij door mij heen zal werken.Mocht ik fouten maken, dan zal Hij mij terugbrengen.Mijn taak is bidden en werken. Ja, ik zal er zijn.

https://www.youtube.com/watch?v=f4RgXZAEiQg

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *