Er loopt een mens langs mijn huis

De kleine straat telt meest wat kale deuren. Sommige voordeurbellen lijken vastgeroest te zitten, je krijgt ze niet ingeduwd. De paar minuten dat je wacht, bid je. Schijnbaar lang, maar in zijn geheel niet langer dan een zucht, tot de deur zich opent. Ik tel 10 piercings, en eindeloze tatoeages. Desondanks vriendelijk ogen. Ook dáár een piercing, nooit geweten dat die zelfs in een wenkbrauw kunnen zitten.
Van schrik weet ik even niet hoe te beginnen. “ Goedenavond meneer, mag ik u een Bijbel geven van onze kerk? “

Een vriendelijke maar resolute stroom begint langs me heen te praten. Woorden, woorden, woorden. Het gaat over karma`s, doctrines en lichtjaren.
“De Heere Jezus Christus? Die Man Die van Zichzelf zei dat Hij God was? Dat was Hij niet eens, Hij was maar de Zoon van.
Nee, mevrouwtje, vertel mij niets! Ik heb jarenlang in de kerk gezeten tot het mijn strot uitkwam. Ik heb mijn eigen geloof. Ik doe het goede voor iedereen, en als Jezus bestaat, dan wacht Hij me straks op met uitgebreide armen. Want ik heb altijd het goede gedaan.”
Hij luistert even naar mijn woorden, maar vervolgt zijn verhaal, tot ik ga.
Wat deuren, hier en daar een gesprekje, een Bijbel, een blijde kinderlach, meest buitenlands.
Dan opnieuw een deur. Een prachtig lief en donker gezicht. Een Bijbel? Even is het stil.
“ Geef maar, al begrijp ik mezelf niet.”
“Waar komt u vandaan mevrouw, was het zo moeilijk?”
Ze knikt, haar ogen verdonkeren even. Ze wil niet praten, maar praat. Ze is ontsnapt aan de Jehova`s getuigen. Bedreigd en gevlucht vanuit Suriname, naar deze kleine stille woning.
“ Eigenlijk ben ik een atheïst geworden. Maar toch wil ik graag die Bijbel” We wisselen telefoonnummers uit, voor als ze daar aan toe zal zijn.
Alle huizen hebben deuren, waar het verhaal schrijnt. Verstoting, kerken die mensen vergaten. Ruzies, vetes, oordelen, ongeloof.
Ik kijk de straten langs. Een jonge moeder sloft langs, met haar kind op de arm. Vermoeid na een dag hard werken. Het is al acht uur, zou ze nog moeten koken? Twee tieners fietsen voorbij.
Zoveel straten, zoveel mensen, zoveel harten.
Hoeveel tijd is er nog?
Heere, wanneer komt u terug?
Hoe moet het met al die mensen?

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *