Derde zendingsreis ( 8 )

Handelingen 21

De bijzondere zendingsreis van de apostel Paulus was nog niet ten einde. Het gezelschap – waar Lucas hoogstwaarschijnlijk ook deel van uitgemaakt heeft – koos het ruime sop en zette koers naar het eiland Kos. Kleine boten reisden veiligheidshalve zo dicht mogelijk de kustlijn langs, om  voor de nacht steeds in de dichtstbijzijnde havens aan te kunnen meren. De eilanden Rhodos en Patara werden aangedaan. In Patara gingen Paulus en zijn reisgenoten aan boord van een groter schip dat hen direct naar Tyrus brengen zou. Daar werd al naar de lading van het schip uitgekeken om de plaatselijke kooplui te verblijden, of om verder landinwaarts vervoerd te worden. De lading bestond meestal uit graan, het eetbare goud van die tijd! Paulus en zijn reisgezelschap zochten hun geloofsgenoten in Tyrus op. Gelijkgestemde zielen die elkaars bemoediging hard nodig hadden in deze gevaarlijke tijden van geloofsvervolging.

“ Paulus, vervolg uw reis niet! De Heilige Geest heeft ons dat bekendgemaakt! “ luidde het nieuws dat de trouwe apostel van Jezus Christus gebracht werd. Zij betekenden een kink in de kabel van het reisplan. Tegenstrijdige berichten, afkomstig van Eén en Dezelfde Geest, dat kon toch niet waar zijn? Paulus moest toch naar Jeruzalem? De mensen uit Tyrus leken de leiding van de Geest te doorkruisen. ( Hand. 19: 21 / 20: 22 ) Wat nu? 1 Kor. 14: 29 biedt een antwoord. Hoogstwaarschijnlijk is het er daar in Tyrus ook zo toegegaan. Profetische woorden werden onderworpen aan het oordeel van de gemeente, die moest onderscheiden of de door de Geest gesproken woorden ook werkelijk van God afkomstig waren. De profetie van Paulus moet onderscheiden worden van de interpretatie ervan: de bezorgdheid en waarschuwingen van de leerlingen.

Paulus hield vast aan de leiding van Zijn God die hem al zo vaak overduidelijk gebleken was. Hij vertrok op de vastgestelde tijd, om verder te reizen. Richting Jeruzalem! Alle leerlingen met hun gezin deden hem uitgeleide tot aan de oevers van de Middellandse Zee. Opnieuw knielde een gezelschap neer op het strand om te bidden en herhaalde zich de afscheidsscène uit Hand. 20: 36. Een kort afscheid, met het bewustzijn dat het mogelijk een samenzijn voor het laatst hier op aarde kon zijn, waarop echter een terugzien in de hemel volgen zou! De leerlingen keerden terug naar huis, en het reisgezelschap vertrok naar Ptolemaïs, het huidige Akko.

Deze havenstad betekende het einde van de zeereis. Ook in  Ptolemaïs had de Heere Jezus Zijn leerlingen. Een dag lang samenzijn om een dag lang te spreken over de dingen van het koninkrijk van God! Wat een heerlijke dag moet dat zijn geweest. Bij het krieken van de dageraad ging de reis verder; naar Caesarea. Een reis van 56 kilometer naar deze havenstad in Judea. Zij was residentie van de Romeinse prefect en werd ook wel Caesarea Maritima genoemd. Toen Judea in 6 na Christus een Romeinse provincie werd, kozen de Romeinen Caesarea uit. In deze stad is in 1961 de beroemde Pilatusinscriptie gevonden: Een plak met daarop geschreven TIBERIEUM NTIUS PILATUS, wat onomstotelijk vaststelt dat Pilatus hier prefect of gouverneur geweest is. De plak is in het Latijn geschreven en was ingelegd in een aantal traptreden die naar het amfitheater van Caesarea leidden. En deze inscriptie komt mooi overeen met wat beschreven staat in Lukas 3:1.

Zo kwam Paulus in Caesarea aan. Hij  begaf zich voetstoots naar de woning van Filippus, de evangelist. De Bijbel vermeldt ons bijzondere dingen over hem. Hij doopte mannen en vrouwen nadat hij het Evangelie van het Koninkrijk van God en van de Naam van Jezus Christus verkondigd had. ( Hand. 8: 12 ) Filippus werd bovendien door een engel van de Heere naar de schatkistbewaarder van de kandakè geleid om deze heiden – die op weg was naar Jeruzalem – het Evangelie te verkondigen. ( vs 35 ) Filippus werd steeds opnieuw op een bijzondere manier door de Geest weggenomen om vervolgens ergens anders weer op te duiken. Zo werd hij ook aangetroffen in Ashdod, steeds opnieuw het Evangelie verkondigend totdat hij aankwam in Caesarea waar hij Paulus ontmoeten zou. Heerlijk om zo duidelijk geleid te worden in je missie!

Filippus was door al zijn doen en laten één van de zeven wijze mannen uit Caesarea geworden. Dat zegt de Bijbel over hem. Zijn godvruchtige leven is niet zonder uitwerking gebleven want hij heeft vier dochters opgevoed die de gave van de profetie bezaten. We moeten hierbij denken aan vrouwen zoals eens Mirjam ( Exodus 15: 20 ) Debora ( Richteren 4: 4 ) Chulda ( 2 Kon. 22: 14 ) Elisabeth ( Lucas 1: 39 – 45 ) en Hanna ( Lucas 2: 36 – 38 ) waren.

Dat zijn vermeldenswaardige teksten:

“ Mirjam nam een tamboerijn in haar hand, en al de vrouwen gingen achter haar aan, met tamboerijnen, en in reidans.”

“ Debora, een vrouw die een profetes was, gaf in die tijd als richter leiding aan Israël.”

“ Toen gingen de priester Hilkia, Ahikam, Achbor, Safan en Asaja naar de profetes Hulda – en zij spraken met haar.”

“ En zalig is zij die geloofd heeft, want wat haar van de kant van de Heere verteld is, zal volbracht worden.”

“ En zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. “

Wat een geweldige vrouwen! Wat een krachten werden ook door Paulus en Filippus gedaan! Niet in hun eigen kracht, maar in de kracht, de wijsheid en de leiding die zij van God ontvingen! In Gods kracht werden zwakke mensen sterk en krachtig. Ja, in God deden zij kloeke daden. Zo lezen wij uit dit prachtige hoofdstuk van de Bijbel op dat God door Zijn Heilige Geest zowel vrouwen als mannen krachtig  bezielen wil. Zijn Koninkrijk tot stand brengen, uitbreiden, beveiligen, vreugdevoller en glorieuzer maken wil. Wat een God!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *