De derde zendingsreis ( 3 )

 

 

Handelingen 19 : 10 e.v. 

De prediking van de apostel Paulus bereikte opnieuw Efeze ( Korinthe ) en werd bijzonder gezegend. Door Gods toedoen verrichtte Paulus buitengewone wonderen! Zelfs doeken en werkkleren die hij gedragen had waren doordrenkt van Goddelijke kracht.( vs 11 )  Zodra ze zieken raakten, werden deze gezond! Kreupelen sprongen op, blinden werden ziende, allerlei ziekten verdwenen als sneeuw voor de zon. Er was geen duidelijker bewijs van het feit dat het Koninkrijk van God nabijgekomen was. De Heere Jezus had het Zelf duidelijk gezegd: “ als Ik door de Geest van God demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God gekomen! ( Mat. 12:28 )

Helaas, zoals de tovenaars in Egypte probeerden om dezelfde tekenen en wonderen als Mozes en Aäron te verrichten, zo probeerden ook enkele rondtrekkende Joodse geestenbezweerders Paulus en zijn evangelisatieteam na te doen. Door het uitspreken van de Naam van de Heere Jezus dachten zij óók boze geesten uit te kunnen drijven( vs 13 ).

“ Ik bezweer jullie bij de Naam van Jezus – die door Paulus wordt verkondigd – mensen te genezen van hun kwalen!” riepen zij.( vs 13 ) 

Het ging om de zonen van één van de leiders van de priesters, Skeva, een Joods hogepriester. Normaal gesproken probeerden geestenbezweerders achter de naam van de geest te komen voordat ze hem uit een patiënt uitdreven. Maar hier gebeurde het tegenovergestelde.

“ Jezus ken ik, en Paulus ook. Maar wie zijn jullie?” vroeg de boze geest daarop via de ongelukkige bezetene. Tegelijkertijd sprong hij op de geestenbezweerders af, overmeesterde hen en ging hen met zoveel geweld te lijf dat ze gewond en zonder kleren uit het huis wegvluchtten. Wat een ellende!

Het dramatische nieuws ging als een lopend vuurtje door de stad, en er vond opnieuw een wonder plaats. Een wonder van Gods goedheid en genade:  De Korintieërs werden met diep ontzag vervuld en allen prezen en eerden de Naam van de Heere Jezus.

Veel nieuwe gelovigen kwamen openlijk hun praktijken opbiechten. Onder hen waren er velen die magie bedreven hadden. Nu verzamelden zij hun boekrollen en verbrandden die in het openbaar. De religieuze sfeer in Korinthe was namelijk vervuld van allerlei levensbeschouwingen, wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomsten. Paulus hoefde de gelovigen echter hun boeken niet af te laten geven om ze te vernietigen. Dat werd in die tijd namelijk met gevaarlijke of opruiende literatuur gedaan. Nee, de nieuwe gelovigen verbrandden hun boeken vrijwillig tot er niets van overbleef!

Enkele snelle rekenaars –  die het misschien toch spijtig vonden van zoveel waardevolle werken – berekenden dat het om een waarde van vijftigduizend zilverstukken ging. Voor een arbeider in die tijd betekende dat meer dan honderdvijftig jaar werken!

Door de onweerstaanbare kracht van de Heere verspreidden geen magische werken, maar  het Woord van God zich steeds verder en vond Het steeds meer luisterende oren!

Evenals in de tijd van Paulus zorgt de Heere er nog steeds voor dat Zijn Woord bekend gemaakt wordt. Waar het komt, heeft het de uitwerking die Hij wil. Voor velen is het een kracht van God tot de zaligheid. Voor wie er geen waarde in ziet is het een veroordeling: De prijs van de zonde is de dood. Maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Jezus Christus, onze Heere!  ( Romeinen 6: 23 )

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *