De Bergrede ( 1 )

 

De Bergrede. ( 1 )

Er zat een man in de gevangenis. Het was Johannes de Doper.

Voor de Heere Jezus was de gevangenneming van Johannes een teken. De wegbereider maakte plaats voor de Boodschapper Zelf. De arme profeet uit de woestijn maakte plaats voor de Rabbi die in de synagogen onderwijs gaf. Johnnes de Doper maakte de weg vrij voor Iemand Anders. Deze Meester zou op eigen gezag mensen oproepen om Hem te volgen. Petrus en Andreas, Jakobus en Johannes hadden deze boodschap begrepen, zij volgden Hem. Ook grote mensenmassa`s volgden de Heere Jezus. Toen Hij hen zag, ging Hij de Berg op. Daar zette Hij Zich neer, met Zijn leerlingen om Zich heen. In de tijd van de Bijbel was dat de gebruikelijke houding voor iemand die onderwijs gaf. ( Lucas 4: 20 / 5 : 3 )

Niet alleen de Twaalf discipelen waren Zijn toehoorders maar nog vele anderen. De Heere Jezus opende Zijn mond en sprak. Het werd doodstil. Ja, want de Meester sprak met gezag en autoriteit. Niemand sprak als Hij. Als Machthebbende over de zielen van mensen. ( Marcus 1 ) Zijn Woorden werden ingedronken door vriend en vijand. de Heere Jezus ging uitleg geven over mensen die tot God bekeerd zijn. Het zijn mensen die in hun leven op zoek zijn naar Gods rechtvaardigheid. Zij steunen alleen op de genade van God in Christus Jezus. Met acht pennenstreken maakte de Meester de mensen uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan  toeschouwers van het portret van een deelgenoot aan het koninkrijk der hemelen. Wie waren zij, welke eigenschappen bezaten zij? De Heere Jezus noemde hen bij naam en zei:

“Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.”

Gelukkig zijn zij! Een veelgebruikte formule uit het Oude Testament. Met name de psalmen en spreuken van Salomo staan er vol mee. Zij geeft de toestand aan van mensen die de Heere behagen en Zijn zegen ontvangen.

Wie zijn die nederigen van hart? Het zijn de mensen die arm van geest zijn. Arm in geestelijke zaken. Zij hebben geleerd om hun geestelijke armoede toe te geven. Zij hebben geleerd om in hun beproevingen volledig en uitsluitend op God en Zijn gunst  te vertrouwen. ( Lucas 6: 20 / Sefanja 3: 12 / Psalm 34: 11, 19 )

Voor deze mensen is het koninkrijk van God bestemd zei de Heere Jezus. Zij hebben het nog niet in bezit en zien het van ver. God heeft het hen beloofd!  Daar mogen zij op vertrouwen. Het is al werkelijkheid, maar de vervulling moet nog komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *