De schepping ( 8 )

De tuin van Eden

In de tijd dat God hemel en aarde maakte groeiden er op aarde nog geen struiken. Er was bovendien geen enkele plant opgeschoten omdat God de Heere het nog niet had laten regenen. Ook waren er nog geen mensen om het land te bewerken. Overal bevonden zich bronnen en wellen die water opborrelden en de aarde bevloeiden. Nu was het moment aangebroken dat God de mens maakte!

Als een deskundig Pottenbakker vormde de Almachtige de mens uit het stof der aarde.Toen Hij klaar was blies Hij adem in diens neusgaten. Een ongelooflijk wonder kwam tot stand: er kwam leven! De mens was door zijn afkomst enerzijds verbonden met de aarde, maar hij kreeg een levende ziel in zich. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam, een levend aards wezen. ( 1 Kor. 15: 45 ) Hij werd Gods vertegenwoordiger, belast met de taak om te heersen over de aarde. Maar zover was het nog niet!

Zorgvuldig en weloverwogen legde God in het Oosten, in Eden een tuin aan. In deze tuin plaatste Hij de mens die Hij gemaakt had. Door een wenk van Zijn alvermogen liet Hij uit de aarde allerlei bomen opschieten. Bomen die er aanlokkelijk uitzagen, vol heerlijke vruchten! Het centrum van de tuin werd door de Levensboom en de Boom der kennis van goed en kwaad gevormd. De levensboom die God aan Adam en Eva ter beschikking drukte uit dat de Schepper de mens het leven schenken wilde. Tegelijkertijd drukte zij uit dat de mens voor zijn leven van God afhankelijk was. De andere boom – de boom van kennis van goed en kwaad – stond voor het verlangen naar onafhankelijkheid van de Schepper. Het verlangen om zelf uit te maken wat goed en kwaad was.

Er ontsprong in Eden een rivier die de tuin bevloeide. Iets verderop vertakte zij zich in vier grote stromen. Het getal vier verwees naar de vier windstreken, de allesomvattendheid. Het feit dat de rivier zich in deze vier stromen vertakte, wees op de overvloed van het water dat vanuit Eden ontsprong.

Eden, symbool van leven! De eerste rivier draagt de naam Pison, en betekent: “onbekende locatie.” Zij stroomde om het land heen waar goud gevonden werd, Chawila. Het was goud van uitstekende kwaliteit. Bovendien was het land rijk aan balsemhars en onyx. Een mineraal en variëteit aan kwarts. Onyxen zijn tweekleurige nesocylicaten, waarbij de kleuren als lagen of banden met elkaar verweven zijn. Onyx is van oudsher uiterst populair als heelsteen of als edelsteen in sieraden.

De tweede rivier heet Gichon, en stroomt door heel Nubië heen. Waarschijnlijk wordt hier de rivier de Nijl mee bedoeld.

De derde rivier heet Tigris. Zij is 1900 kilometer lang en stroomt vanaf de bergen in Oost Turkije naar het zuidoosten.

De vierde rivier ten slotte is de Eufraat, tot op heden de belangrijkste rivier van het Midden Oosten. Met haar 2735 kilometer van een indrukwekkende lengte! Haar stroomgebied bedraagt niet minder dan 673000 km2.

De enige ware God, Schepper van het universum, maakte door Zijn machtig Woord  een geordende wereld als afspiegeling van Zijn glorie. In deze Tuin van Eden plaatste hij de mens als het kroonjuweel van Zijn schepping. God voorzag op deze manier in de behoeften van de mens om Gods vertegenwoordiger op aarde te zijn en naar Zijn bevel te heersen over de wereld. Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid! ( Genesis 2 : 1 – 14 )

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *