De Bergrede

 

 

De gelijkenissen – hoe het begon. Lucas 6 en Matteüs 5

 

Toen de Heere Jezus hier op aarde rondwandelde had Hij het erg druk. Hij trok rond om overal het Goede Nieuws over het Koninkrijk te brengen. Hij genas de mensen van hun ziekten. Hij sprak totáál anders dan de farizeeën en schriftgeleerden. De mensen luisterden met open mond! De Heere Jezus vertelde op een bijzondere manier. Hij nam altijd voorbeelden uit het dagelijks leven. Zijn verhalen gingen over herders bijvoorbeeld. Of over zout, over koren, of een akker. Over schapen en parels. Zulke verhalen hoorden ze niet in de tempel! Daar was het wel mooi en goed, natuurlijk.De Heere Jezus kwam er Zelf óók vaak. Maar er was geen enkele priester – behalve Zacharias – die begrepen had dat de wijze jongen die hen vragen stelde de Messias was die komen zou. Ze verwonderden zich over Jezus, maar lieten hem met zijn vader en moeder naar Nazareth teruggaan. Ze waren in Jeruzalem gebleven toen de wijzen kwamen om naar het Kind te zoeken. Ze bleven in Jeruzalem toen de Heere Jezus  naar hen toegekomen was als een jongen die in de dingen van Zijn Vader zijn moest.

 

Toen Hij een man geworden was, en rondtrok door het land, kregen ze een hekel aan Hem. Op den duur konden ze deze Man niet meer luchten of zien! Ze wilden Hem zelfs doden toen ze zagen hoe Hij mensen genas.( Lucas 6:11 )

 

Hoe kwam het dat de Heere Jezus zo rustig kon blijven en doorging met Zijn werk? Wat was Zijn geheim?

Je kunt het lezen in de Bijbel. Ontelbare keren staat er: Op één van die dagen trok de Heere Jezus zich terug om te bidden. Vaak staat er zelfs: de hele nacht bleef Hij tot God bidden. Weet je op wat voor plek Hij dat vaak deed? Boven op een berg. Hij liet alles van de aarde achter Zich om zo dicht mogelijk bij Zijn Vader te kunnen zijn.

 

Op een keer – toen de morgenschemering al aanbrak – riep Hij Zijn leerlingen bij zich en koos er twaalf van hen uit. Hij gaf deze mannen de naam: apostelen.

 

Simon, die Hij de naam Petrus gaf. Zijn broer Andreas. Jakobus en Johannes. Filippus en Bartolomeüs. Matteüs en Thomas. Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon die de Ijveraar genoemd werd. Judas de zoon van Jakobus en Judas Iskariot die een verrader werd.

 

Deze leerlingen waren altijd bij Hem. Ook deze keer waren ze met Jezus meegegaan de berg op. Samen daalden ze in de vroege ochtendschemering weer af, naar de diepte. Naar het gewone leven, naar de mensen die op hen wachtten.

 

Toen Jezus met hen de berg was afgedaald, bleef Hij staan op een plaats waar het vlak was. Daar had zich een groot aantal van Zijn leerlingen verzameld. Ook een grote menigte mensen uit heel Judea en Jeruzalem en uit de kuststreek van Tyrus en Sidon hadden zich verzameld.

 

Ze waren gekomen om naar de Heere Jezus te luisteren en zich door Hem te laten genezen van hun ziekten. Ook de mensen die gekweld werden door onreine geesten werden genezen. De hele menigte mensen probeerde Hem aan te raken want er ging een kracht van Hem uit, die allen genas. ( Lucas 6 : 19 )

 

De Heere Jezus zag de mensen, en ging zitten. Dat was de gebruikelijke houding voor iemand die onderwijst. Luister eens wat Hij zegt:

Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het Koninkrijk van God.

Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Gelukkig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.

Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God zijn.

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Gelukkig zijn jullie, wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen, en van allerlei kwaad betichten. Verheug je, en juich, want je zult rijk worden beloond in de hemel. Zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten?

 

Wat bijzonder, de Heere Jezus schildert met woorden! Het geheel lijkt wel een lijst waarin Hij een aantal taferelen laat zien! Je ziet mensen die het Koninkrijk van God zullen ontvangen. Zo nauwkeurig geschilderd dat het foto`s lijken. De foto`s gaan allemaal over hetzelfde onderwerp. het zijn beelden van mensen die van de Heere Jezus een nieuw hart gekregen hebben. Mensen die veel moeten lijden om Zijn Naam en Zijn Zaak. Kijk nog eens goed naar de negen plaatjes? Wat zie je? Zie je je eigen foto erbij staan?

Ja? Dat is genade! Dan heb je geleerd hoe arm en hoe leeg je hart is zonder Hem. Dan ben je verdrietig geworden over al het kwaad dat je ziet in jezelf en om je heen. Je hoopt op God, Je wilt niets liever dan leven naar Zijn wil en naar Zijn wet in alle aspecten van je leven!

Luister eens: De Heere Jezus noemt je bij je naam! Hij noemt je: “GELUKKIG!” Je mag zeker weten dat God naar je toe zal komen om je het Koninkrijk te geven. Je zult God zien! Want dat belooft Hij hier! Zie je het ook?

Nee?

Zie je wel de foto`s, maar sta je er niet bij?

Hoe vind je dat?

Word je er verdrietig van?

Vind het erg? Of maakt het je niets uit? Lees eens na in Lucas 6 : 24 – 26 wat de Heere daar zegt? 

Wat nu – vraag je jezelf af.

Volg het voorbeeld van de Meester!Hier in Nederland zijn geen bergen, een paar heuvels, dat is alles. Maar er zijn plaatsen genoeg waar je alleen kunt zijn. Je slaapkamer misschien, of ergens buiten. In het bos of in de duinen. Overal is God.

Bid maar mee:

“Onze Vader Die in de hemelen zijt,Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede in de hemel en op aarde,

Maak mij en alle mensen nederig, treurend, zachtmoedig, hongerig en dorstig naar gerechtigheid, barmhartig, zuiver van hart, een vredestichter?

Dan zal ik vervolgd worden, maar wat oneindig veel meer is:

Dan zal ik het Koninkrijk van de hemel ontvangen!

Om Jezus wil

Amen! “

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *