De Bergrede ( 8 )

De Bergrede ( 8 )

“ Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen, en van allerlei kwaad betichten. Verheug je, en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel. Zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten. “ ( Math. 5: 10-12 )

Met deze achtste pennenstreek sloot Jezus Zijn Zaligsprekingen af.

Wie waren deze gelukkigen? Vanwaar kwamen zij? En wat betekende Christus uitspraak precies? Na het algemene portret van een deelgenoot van het rijk van God richtte de Heere Jezus nu het Woord direct tot Zijn discipelen. ( vs 11 ) “Gelukkig zijn jullie!” vervolgde Hij Zijn rede. Op deze manier opende Hij de toepassing op de verwarrende zaligspreking uit vers 10. Wie verlangt er nu naar om vervolgd te worden? Niemand toch. Waarom moeten leerlingen van Jezus dan vervolgd worden? Hoe komt dat? Is er geen vrijheid van meningsuiting en manier van leven voor iedereen?

De uitspraken van Jezus gingen  tegen de tijdgeest in. Het zijn waarden die gelden in het koninkrijk van God. Christus riep mensen op om eerst het Koninkrijk van God te zoeken, en Zijn Gerechtigheid. Dan zouden alle andere dingen de mensen toegeworpen worden. Gegeven! Om niet! Gratis en voor niets, uit genade.

Deuteronomium 15: 1 – 11 en Marcus 10: 29 – 30  beschrijven Gods gerechtigheid nauwkeuriger vanuit het Oude respectievelijk het Nieuwe Testament.

Deuteronomium 15 : 1 – 11 drukte discipelen van Jezus op het hart om vrijgevig te zijn ten opzichte van anderen. “ Geef ruimhartig en zonder spijt, en de Heere Uw God, zal U er om zegenen in alles wat u doet en onderneemt.” beloofde de Heere. Wat een heerlijke zegen! De Bijbel zegt er over dat de zegenende ziel vet gemaakt zal worden, en dat degene die water geeft, zelf ook een vroege regen worden zal. ( Spreuken 11: 25 ) Moeten we dan zoveel mogelijk geld in de collectezak storten op zondag? Alle goede doelen van grote giften voorzien? Dat mag. Maar het kan ook anders. We kunnen onszelf geven in opofferende liefde, en zending bedrijven in binnen- of buitenland. We kunnen mensen in ons huis opnemen en goed voor hen zorgen, hen met liefde van al het nodige voorzien. De Heere ziet al ons doen en laten. ( Math. 26: 6 – 1 /  Math. 6: 1 en 2.) Hij ziet ons hart. Het hart dat Hem liefheeft zal altijd alles doen om Hem volkomen te behagen.

Marcus beschreef de beloning gedetailleerd in het Nieuwe Testament, en liet hierbij de Heere Jezus aan het Woord.  “ Ik verzeker jullie, iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, akkers of huis heeft achtergelaten omwille van Mij en het Evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen. In deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers. Al zal dat gepaard gaan met vervolging. En in de tijd die komt, het eeuwige leven.” Het zou dus niet eenvoudig blijken te zijn, om Jezus werkelijk te volgen!

Toch bevatten Christus woorden een diepe troost voor Zijn discipelen.Deze troost geldt ook vandaag nog.  Als wij als discipelen van Christus leven, en anderen ons van kwaad betichten, dan mogen wij ons verheugen, en juichen!  ( Zie ook Math. 5: 38 – 48 / 10: 23 / 13: 21 /  24: 9 en 10 / 1 Petrus 4: 14 )

“ Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *