Aspecten van het weer en het klimaat in de Bijbel ( 2 )

De zon stond stil en de maan bleef staan.

Adonisedek, de koning van Jeruzalem, was doodsbang! De inwoners van Jeruzalem beefden en sidderden van angst! Hoewel Adonisedek`s naam een prachtige betekenis had – de Heere is mijn gerechtigheid – had Adonisedek daar helemaal niets aan. Wat was er aan de hand?

Er was van alles aan de hand!

Nadat de Israëlieten de steden Jericho en Ai veroverd hadden, en een verbond met het volk van Gibeon gesloten hadden, veroverden ze het midden van het land Kanaän. Het berggebied was hun bezit en zorgde ervoor dat het land in tweeën gesplitst was. De verovering van het land Kanaän was niet helemaal volgens de regels van de krijgskunst tot stand gekomen. Jozua had het volk van Gibeon niet uit kunnen roeien terwijl God dat wel bevolen had. De stamhoofden van Israël hadden verzuimd de Heere om raad te vragen ( Jozua 9 ) De Gibeonieten moesten gespaard blijven omdat zij via een list een verbond afgedwongen hadden. De Naam en Roem van de Heere verbreidden zich als een lopend vuurtje door het land Kanaän. Adonisedek was woedend dat de Gibeonieten overgelopen waren naar de vijand! Gibeon was even groot als de koningssteden en de mannen die er woonden waren buitengewoon dapper. Dat betekende dus een enorm verlies voor de andere steden in Kanaän. Dit verraad moest gestraft worden!

Adonisedek stuurde snelle renboden naar Hoham, de koning van Hebron, Firam de koning van Jarmut, Jafia de koning van Eglon en Debir de koning van Eglon. Zij deden verslag van de heikele situatie die gekeerd zou moeten worden. “ Kom mij te hulp dan kunnen wij met de sterkste legers uit het zuiden de veroveraars verslaan! “ verzocht hij zijn bondgenoten.

Zo sloten de vijf Amoritische koningen zich aanéén, sloegen het beleg rondom Gibeon, en voerden er aanvallen op uit. Het zag er voor de Gibeonieten niet al te best uit! Ze stuurden een bode naar het kamp van Jozua dat bij Gilgal gelegerd was. “ Laat ons niet in de steek kom snel naar ons toe om ons te redden! Want anders is het met ons gedaan! De Amoritische koningen uit de bergen hebben zich allemaal tegen ons aaneengesloten. “ was hun noodkreet.

Hoewel de insluiting van de Gibeonieten bij het volk van Israël eigenlijk een eerste aanslag op de door God beloofde erfenis betekende, bedacht Jozua zich geen ogenblik. Elke daad van ongehoorzaamheid aan de Heere betekent namelijk een aanslag op de volvoering van Gods volmaakte Plan. Daar was door het verzuim om de Heere om raad te vragen een eerste deuk in gekomen. Het was nu zaak om het verbond dat in Gods naam besloten was ook na te komen. Daarom trok Jozua met zijn hele leger – geen enkele soldaat uitgezonderd – ten strijde. De Heere zei tegen hem: “ Je hoeft voor die koningen niet bang te zijn, want geen van hen zal tegen je kunnen standhouden. “ Dat gaf natuurlijk geweldig veel moed en zelfvertrouwen in deze strijd!

Jozua wist in één nachtelijke mars vanuit Gilgal de vijand te bereiken en verraste hen met een plotselinge aanval. Toen de soldaten van de vijf koningen het leger van Israël zagen verschijnen, zaaide de Heere paniek in hun gelederen. Ze waren doodsbang voor dat volk met die machtige God in hun midden! En sloegen op de vlucht. Het werd een zware nederlaag voor de vijf Kanaänitische koningen. De Israëlieten achtervolgden hen tot aan de bergpas van Bet – Choron en nog verder! Ze sloegen hen zelfs vlak voor Azeka en Makkede nog neer! De Heere was bij hen! Wat is er dan te vrezen? De Heere wierp vanuit de hemel grote hagelstenen op de vijanden, tot aan Azeka toe. Er stierven meer soldaten door die hagelstenen dan door de zwaarden van de Israëlieten.

Jozua had in het heetst van de strijd een gebed tot God uitgesproken in de aanwezigheid van heel Israël. De situatie was zorgwekkend. De weg van Gibeon naar Bet – Choron stijgt twee uur lang om vervolgens weer via een steil rotsachtig pad te dalen. Over dit gevaarlijke pad achtervolgde Jozua de vluchtende legers. De felle hagelstenen en de hele situatie waren bijzonder gevaarlijk! Bovendien was de dag bijna ten einde. Maar Jozua maakte niet nog eens de fout om niet op de Heere te vertrouwen. Voor de oren van zijn soldaten sprak hij – met de verzekering van Gods trouw nog in zijn gedachten :

“ Zon, sta stil boven Gibeon! Maan, blijf staan boven de vlakte van Ajalon! “  En het wonder gebeurde! De zon stond stil en de maan bleef staan tot Israël zijn vijanden had afgestraft. Dit prachtige verhaal staat opgetekend in het Boek van de Oprechte, het boek van de heldendichten die over de oorlogen van Israël vertellen.

De zon bleef een volle dag boven aan de hemel staan voordat ze onderging. Het is voor noch na die dag ooit voorgekomen dat de Heere op die manier gehoor gaf aan het gebed van een mens. Maar de Heere streed dan ook voor Israël. Na deze overwinning keerde Jozua met het hele leger terug naar het kamp van Gilgal.

Het ingrijpen van de oppermachtige God als antwoord op het gebed van Jozua was noodzakelijk om de Naam en de Roem van de Heere weer bovenaan te stellen en het vertrouwen van Zijn volk te versterken! Wat een God! De koningen waren gevlucht en zaten in een grot bij Makkeda verscholen. Het zou niet al te best met hen aflopen. Geen van hen zou in leven blijven omdat ze God, de God van het Leven niet kenden en ook niet naar Hem gevraagd hadden.

Jozua daarentegen, en het volk Israël werden gespaard. Zo gaat het als wij werkelijk op de Heere vertrouwen. Niets of niemand kan ons uit Zijn trouwe Hand halen. Wie God bewaard, is wel bewaard. Wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen, ziet zich omringd met Zijn weldadigheden. In deze geschiedenis ook zichtbaar in de natuur.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *