Derde zendingsreis ( 1 )

 

Verkondiging in Efeze

 

De apostel Paulus had het sinds zijn bekering van farizeeër naar volgeling van de Heere Jezus veel drukker dan hij het ooit had gehad. Zijn grote opdracht was het om overal het Evangelie van de Heere Jezus Christus te brengen. Steeds wanneer hij deze taak volbracht had, reisde hij verder en liet een jonge gemeente achter die hij aan de zorg van enkele leerlingen toevertrouwde.  Voor de eerste keer sinds het begin van zijn zendingsreizen bleef hij nu een langere tijd in Korinthe.

In 1 Korinthe 1 en 2 lezen wij hoe belangrijk deze gemeente voor hem was, en hoezeer de vrede en het welzijn van Korinthe hem aan zijn hart gingen. “ Onze gedachten zijn die van Christus! “ verzekerde hij de gemeenteleden. ( 1 Kor 2: 16 )

Het wordt ons uit deze hoofdstukken duidelijk dat er allerlei problemen en  meningsverschillen speelden.  De spanningen tussen de Korintiërs onderling lieten zich voor een deel verklaren uit de sociale achtergrond van de gemeente. In de brief aan de gemeente van Korinthe komt naar voren dat er een gebrek was aan solidariteit tussen de rijken en de armen. Zelfs wanneer de gelovigen uit de gemeente samenkwamen om gezamenlijk de maaltijd te gebruiken en het avondmaal te vieren – het symbool van eenheid in de gemeente bij uitstek( 1 Kor.10 : 17 )- waren er enerzijds gemeenteleden die er een braspartij van maakten en dronken werden, terwijl er anderzijds waren die honger hadden. ( 1 Kor. 11: 20 – 21 )

Naast deze minachtende houding naar de armen toe ( 1 Kor 11: 22 ) was er ook nog eens wrijving tussen de rijken onderling. Kortom, het was een wanordelijke toestand in de gemeente van Korinthe!

Geen wonder dat Paulus in zijn brieven de hoogmoed van de rijken en machtigen aan de kaak stelde en benadrukte dat de uitverkiezing van God niets te maken had met rangen en standen.

De roeping van God heeft een maatstaf die elk menselijk criterium als dwaas afdoet. (1 Kor. 1 : 26 – 27 )

Toch had Paulus niet de rol van scheidsrechter in het woelige geheel. De sociale component bij de problemen leidde tot de onderliggende vraag wie nu eigenlijk macht uitoefende in de gemeente van Korinthe.  De spanningen tussen Paulus en de Korintiërs hadden alles te maken met dit gezag, en Paulus zelf maakte deel uit van het probleem.  Toen Paulus uit Korinthe vertrokken was nadat hij zijn gelofte van dankbaarheid had ingelost, reisde hij voor een kort oponthoud naar Efeze. Via Caesarea en Jeruzalem kwam hij uiteindelijk aan in Antiochië. Binnenkort stond een nieuwe zendingsreis op zijn programma!

Voordat Paulus echter aan deze derde zendingsreis begon, trad er een andere grote verkondiger van het Evangelie op de voorgrond, die plotseling – juist tegen deze tijd – in Efeze arriveerde.  Zijn naam luidde Apollos. Hij was een Joods man afkomstig uit Alexandrië. Een machtig man en welsprekend in de Schriften. Hij wist alleen van de doop van Johannes. ( Hand. 19: 25 ) Waarschijnlijk was hij na diens dood door leerlingen in de diaspora op de hoogte gebracht van het bestaan en het werk van de Heere Jezus. Geestdriftig en zorgvuldig verkondigde Apollos de leer over Christus zoals Johannes de Doper die gebracht had, en die gekenmerkt werd door de doop na belijden van zonden, boete en berouw.

De Heere, Die boven alles staat, werkte in en door hem. Wij zien dus in het geval van Apollos de openbaring van de kracht en de vrijheid van de Heilige Geest die werkt en handelt door wie Hij wil.

Hoewel hij bijzonder ijverig en welsprekend was, wist Apollos alleen wat Johannes de Doper aan zijn discipelen had geleerd. Maar op een bijzondere manier voorzag de Heere in de ontbrekende kennis bij Apollos. In de gemeente van Efeze bevond zich een echtpaar dat door Paulus was onderwezen en door dit onderwijs discipelen van de Heere Jezus geworden waren.

Dit echtpaar nodigde Apollos uit en vertelde hem over de weg van God. De Bijbel zegt ons niet welke woorden zij gebruikt hebben, maar ongetwijfeld moeten zij groot en goed van het volkomen offer van de Heere Jezus hebben gesproken. De Heere, Die alles bestuurt, beschikte het zo dat Apollos, hoewel geleerd en welsprekend, niet hoogmoedig was maar zich wilde laten onderwijzen en hierna het volk opwekken zou voor de aankomst van Paulus. Bovendien zou hij – nog beter onderricht – naar Korinthe gaan om Paulus te helpen bij het goede werk dat God daar begonnen was.

De leerlingen van de Heere Jezus moedigden hem aan en gaven hem een brief mee voor de gemeenteleden daar met het verzoek om hem gastvrij te ontvangen! Na zijn aankomst bleek hij de gelovigen van Korinthe tot grote steun te zijn en slaagde hij erin de Joden in het openbaar in het ongelijk te stellen door op grond van de Schriften aan te tonen dat de Heere Jezus de Messias is!

Zo bijzonder waren de heerlijke wegen van de Heere ten opzichte van zijn dienstknechten zowel als ten opzichte van Zijn gemeenten. En zo is het nog.

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *